ECLI:NL:RBDHA:2026:8099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 5 augustus 2025, waarna een beslistermijn van zes maanden geldt, dus uiterlijk 5 februari 2026 moest worden beslist.
Eiser stuurde op 5 februari 2026 een ingebrekestelling aan de minister, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is een ingebrekestelling pas geldig als deze na het verstrijken van de beslistermijn wordt gedaan. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.H.G.P. Tober op 30 maart 2026. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.