Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 13 december 2023 ontvangen, maar de minister had na 21 maanden nog geen besluit genomen. Eiser stelde de minister op 10 februari 2026 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in, dat ontvankelijk en gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is gesteld met het oog op het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming, mede omdat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Verder wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde en de beperkte aard van het geschil. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.H.G.P. Tober op 30 maart 2026 in Utrecht.