4.2.De minister stelt zich op het standpunt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b en c, van de Vw 2000. De minister werpt tegen dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en hier geen goede verklaring voor heeft en/of dat hij geen goede verklaring heeft voor het pas laat indienen van bepaalde documenten. Eiser heeft bij zijn nader gehoor een aantal stukken overgelegd, namelijk: een perskaart, foto’s van nieuwsartikelen van de International Sports Press Assocation (AIPS) en een brief van de Somali Sports Press Association (SSPA). Eiser heeft vervolgens bij de zienswijze nog een aantal stukken overgelegd, namelijk: een kopie van de overlijdensakte van zijn broer, foto’s van een vrouwenvoetbalteam, foto’s van vliegtickets, een document van de Somali Football Federation (SFF) en een document van de SSPA. De minister concludeert dat de overgelegde stukken de geloofwaardigheid van het asielmotief van eiser niet voldoende onderbouwen. Daarnaast vormen de verklaringen van eiser over zijn werkzaamheden voor het vrouwenvoetbal en de daaruit ontstane problemen met Al-Shabaab volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser heeft namelijk niet inzichtelijk gemaakt waarom hij ondanks de bedreigingen doorging met zijn werkzaamheden voor het vrouwenvoetbalteam. Ook weet eiser niet of zijn collega’s of anderen van zijn team ooit zijn bedreigd en heeft eiser vaag en summier verklaard over het incident waarbij zijn broer is overleden. Verder heeft eiser vaag en onlogisch verklaard over waarom hij vermoord zal worden bij terugkeer naar Somalië. Daarnaast heeft eiser wisselend verklaard over het opsturen van foto’s naar de FIFA en heeft hij vaag en summier verklaard over het verbreken van contact met zijn familie. Ten slotte heeft eiser niet kunnen toelichten waarom hij denkt dat [naam] , door wie eiser stelt telefonisch bedreigd te zijn, bij Al-Shabaab hoorde.
Verwijzing naar zienswijze
5. Eiser verwijst allereerst naar wat hij in zijn zienswijze heeft aangevoerd.
6. De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze van eiser. Het is daarom aan eiser om concreet toe te lichten waarom hij het daarmee niet eens is. Nu eiser dat niet heeft gedaan, gaat de rechtbank voorbij aan eisers verwijzing naar de zienswijze.
Verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel
7. De rechtbank stelt vast dat eiser zich in het aanvullend beroepschrift heeft beperkt tot het aanvoeren van gronden over de ingebrachte documenten, en niet is ingegaan op de conclusie van de minister dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Er is daarom geen reden om te oordelen dat die conclusie van de minister onjuist is en de rechtbank zal daarvan uitgaan.
8. Eiser voert vervolgens aan dat hij het origineel van de overlijdensakte van zijn broer inmiddels heeft ontvangen en dat hij dit origineel aan de minister zal toezenden. De vertaling is al op 27 maart 2025 aan de minister toegezonden. Eiser voert aan dat de reden dat de originele overlijdensakte niet eerder is overgelegd ligt in de grote afstand ten opzichte van Somalië en de beperkte communicatie die met dat land mogelijk is. Ter zitting heeft eiser zijn beroepsgrond aldus toegelicht dat hij over het origineel van de overlijdensakte beschikt, maar dat hij deze niet aan de minister heeft toegezonden. Eiser geeft hiervoor als reden dat hij veronderstelde dat het overleggen van het origineel van de overlijdensakte weinig verschil had gemaakt, omdat de minister alle stukken uit Somalië als makkelijk vals te verkrijgen acht. Eiser stelt ter zitting voor om het origineel van de overlijdensakte alsnog aan de minister toe te zenden.
9. De minister heeft eiser in het nader gehoormeermaals gewezen op het belang van het overleggen van documenten. Ook heeft de minister in het voornemennog eens specifiek gewezen op het belang van het overleggen van documenten die de dood van de broer van eiser onderbouwen. De rechtbank stelt vast dat eiser het origineel van de overlijdensakte niet heeft overgelegd, ondanks dat hij in zijn aanvullend beroepschrift van 23 juni 2025 heeft aangekondigd dat hij het origineel heeft ontvangen en zal toezenden. Bovendien heeft de gemachtigde van eiser ter zitting bevestigd dat hij over het origineel beschikt. De rechtbank is van oordeel dat het origineel had moeten worden ingebracht, zodat de minister het op echtheid had kunnen (laten) onderzoeken. De stelling van eiser ter zitting dat het overleggen van het document geen verschil had gemaakt voor de beoordeling van het asielrelaas, volgt de rechtbank niet. Weliswaar blijkt uit het Algemeen Ambtsbericht (AAB) Somalië 2023 dat het betrekkelijk eenvoudig is om aan vervalste documenten te komen,maar de minister heeft ter zitting toegelicht dat de eventuele vaststelling van de authenticiteit van een document door Bureau Documenten desondanks relevant kan zijn. De minister werpt dan ook terecht aan eiser tegen dat hij het origineel niet heeft ingebracht, terwijl hij daarover wel beschikt. Er bestaat geen aanleiding eiser in de gelegenheid te stellen dat document alsnog te laten inbrengen. De beroepsgrond slaagt niet.
Foto’s vrouwenvoetbalteam
10. Eiser voert met betrekking tot de foto’s van het vrouwenvoetbalteam aan dat het van algemene bekendheid is dat de positie van vrouwen in Somalië zeer slecht is en dat het vrouwen niet is toegestaan zich bezig te houden met voetbal. Duidelijk is dat eiser, doordat hij deze foto’s heeft genomen, problemen heeft gekregen met Al-Shabaab.
11. Niet in geschil is dat eiser, op basis van de overgelegde perskaart en nieuwsartikelen bij het nader gehoor, zijn werkzaamheden als sportfotograaf heeft onderbouwd. Ook is niet in geschil dat de positie van vrouwen in Somalië zorgelijk is. De minister werpt in het bestreden besluit tegen dat eiser de foto’s van het vrouwenvoetbal pas bij de zienswijze heeft ingediend, zonder toe te lichten waarom hij deze eerder niet kon indienen en waarom hij deze nu wél kan indienen. Eiser heeft deze tegenwerping in beroep niet gemotiveerd betwist en heeft op dit punt geen bevredigende verklaring gegeven. Verder werpt de minister in het bestreden besluit tegen dat uit de foto’s op zichzelf niet kan worden opgemaakt dat eiser deze heeft gemaakt en dat de enkele omstandigheid dat eiser de foto’s heeft ingediend, niet opweegt tegen het standpunt van de minister dat eiser geen samenhangende en aannemelijke verklaringen heeft afgelegd over zijn werkzaamheden voor het vrouwenvoetbalteam en de gestelde problemen met Al-Shabaab. Met de enkele stelling van eiser in beroep dát hij de foto’s heeft genomen, zonder daarbij in te gaan op het standpunt van de minister met betrekking tot zijn verklaringen, heeft eiser deze tegenwerping van de minister niet gemotiveerd betwist. De beroepsgrond slaagt niet.
12. Wat partijen hebben aangevoerd over de vliegtickets, behoeft geen verdere bespreking. Eiser kan met de vliegtickets immers hoe dan ook niet onderbouwen dat hij bij terugkeer naar Somalië problemen heeft ondervonden met Al-Shabaab door zijn werkzaamheden voor een vrouwenvoetbalteam. De vliegtickets kunnen de uitkomst van de geloofwaardigheidsbeoordeling van het tweede asielmotief van eiser dan ook niet anders maken, mede gelet op wat is overwogen over de overlijdensakte van de broer, de foto’s van het vrouwenvoetbalteam en het gegeven dat eiser niet heeft betwist dat zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.