Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8159

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL25.63507
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 4 EU-Handvestartikel 28 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Roemenië

Eiseres diende op 2 april 2024 een asielaanvraag in, die door de minister op 22 december 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij internationale bescherming geniet in Roemenië sinds 11 juli. Eiseres betwistte deze beslissing en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag.

Tijdens de zitting op 30 maart 2026 werden eiseres, haar familieleden, een tolk en de gemachtigden gehoord. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar Roemenië geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM of artikel 4 van Pro het EU-Handvest. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat Roemenië haar internationale verplichtingen niet nakomt.

De rechtbank verwees naar de uitspraak in de beroepen van de ouders van eiseres, die identieke beroepsgronden hadden, en verklaarde het beroep van eiseres ongegrond. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

De uitspraak is gepseudonimiseerd gepubliceerd en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63507

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag [1] van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres bij terugkeer naar Roemenië geen reëel risico loopt op behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM [2] of artikel 4 van Pro het EU-Handvest. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 2 april 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 22 december 2025 in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres internationale bescherming heeft in Roemenië.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. De rechtbank heeft het beroep op 30 maart 2026 op zitting behandeld, samen met het verzoek om voorlopige voorziening van eiseres [3] en de beroepen van de ouders en broer van eiseres. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de ouders, broers en zus van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit
4. De minister heeft de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres internationale bescherming heeft in Roemenië. Uit informatie van de Roemeense autoriteiten blijkt dat eiseres daar sinds 11 juli internationale bescherming heeft. Eiseres heeft dit bevestigd. Eiseres heeft volgens de minister door die verblijfsvergunning een zodanige band met Roemenië dat het voor haar redelijk is om naar dat land te gaan. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat Roemenië de internationale verplichtingen tegenover haar niet nakomt. Eiseres heeft als statushouder dezelfde rechten als Roemeense burgers en het is aan haar om die rechten te effectueren. Uit de verklaringen van eiseres blijkt dat zij met haar familie een woning had en dat haar broer voor het gezinsinkomen zorgde. Van eiseres mag volgens de minister worden verwacht dat zij bij de gestelde problemen met toegang tot zorg en onderwijs hulp inroept bij de Roemeense autoriteiten of bij de autoriteiten klaagt. Niet is gebleken dat eiseres dat heeft gedaan. Uit de verklaringen van eiseres blijkt dat zij alleen geklaagd heeft bij de opvanglocatie.
De beroepsgronden van eiseres
5. De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden van eiseres identiek zijn aan die van haar ouders.
6. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank de beroepen van de ouders van eiseres ongegrond verklaard. [4] De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ook ongegrond en verwijst voor de motivering daarvan naar de uitspraak in de beroepen van de ouders van eiseres.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten-Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
2.Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.
3.Zaaknummer NL25.63508.
4.Zaaknummers NL25.63512 en NL25.63514.