ECLI:NL:RBDHA:2026:8209
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning bij partner wegens motiveringsgebrek en onvoldoende belangenafweging
Eiseres, een Russische nationaliteit houdende vrouw die sinds 2000 in Nederland verblijft, diende op 26 april 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar partner, de referent. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voor vrijstelling daarvan in aanmerking kwam. Tevens werd een terugkeerbesluit opgelegd.
Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing en verzocht om een voorlopige voorziening. De rechtbank oordeelde dat het besluit tot afwijzing niet in stand kon blijven vanwege een motiveringsgebrek: de lange verblijfsduur van 24 jaar in Nederland werd niet meegewogen in de belangenafweging. Daarnaast werd verweerder opgedragen de huidige medische situatie van de referent, die afhankelijk is van zorg in Nederland, mee te nemen in de belangenafweging.
De rechtbank constateerde dat verweerder niet alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken, zoals het feit dat eiseres zich nooit aan het toezicht had onttrokken en dat verweerder bekend was met haar langdurige onrechtmatige verblijf zonder uitzetting. De belangenafweging was daardoor niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat binnen zes weken een nieuw besluit moet worden genomen.
Omdat het beroep gegrond werd verklaard, wees de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de belangenafweging.