Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- naast [het slachtoffer] op haar motor voor een rood uitstralend verkeerslicht te staan, en/of
- bij een groen uitstralend verkeerslicht op te trekken met zijn voertuig, en/of
- onvoldoende aandacht te hebben voor het overige verkeer, en/of
- van rijbaan te wisselen zonder zich voldoende te vergewissen van de positie van die [het slachtoffer] , en/of
- niet uit te wijken om een confrontatie te voorkomen, ten gevolge waarvan een aanrijding is ontstaan met die [het slachtoffer] , waardoor een ander (genaamd [het slachtoffer] ) werd gedood;
hij op of omstreeks 13 september 2024 te 's-Gravenhage als bestuurder van een voertuig (een Volkswagen Caddy), daarmee rijdende op de weg, de Erasmusweg, hij verdachte, heeft aldaar,
- naast het latere slachtoffer [het slachtoffer] op haar motor voor een rood uitstralend verkeerslicht gestaan, en/of
- bij een groen uitstralend verkeerslicht opgetrokken met zijn voertuig, en/of
- onvoldoende aandacht gehad voor het overige verkeer, en/of
- van rijbaan gewisseld zonder zich voldoende te vergewissen van de positie van die [het slachtoffer] , en/of
- niet heeft uitgeweken om een confrontatie te voorkomen, ten gevolge waarvan een aanrijding is ontstaan met die [het slachtoffer] door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
3.De bewijsbeslissing
bijlageopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
- naast [het slachtoffer] op haar motor voor een rood uitstralend verkeerslicht te staan, en
- bij een groen uitstralend verkeerslicht op te trekken met zijn voertuig, en
- onvoldoende aandacht te hebben voor het overige verkeer, en
- van rijbaan te wisselen zonder zich voldoende te vergewissen van de positie van die [het slachtoffer] , ten gevolge waarvan een aanrijding is ontstaan met die [het slachtoffer] , waardoor [het slachtoffer] werd gedood.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.Strafoplegging
aanmerkelijkeschuld) en het meest vergaande gevolg (de dood) – is een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uren en een onvoorwaardelijke rijontzegging van een jaar. Anders dan de officier van justitie, ziet de rechtbank geen aanleiding om een hogere straf aan de verdachte op te leggen. Van strafverzwarende omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. De rechtbank zal dan ook aan de verdachte opleggen een taakstraf van 240 uren en een rijontzegging van een jaar.
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
120 (honderdtwintig) dagen;