Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8247

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
26.10646
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verlenging overdrachtsbesluit wegens vertrek met onbekende bestemming

De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen de verlenging van de overdrachtstermijn door de minister van Asiel en Migratie. De minister verlengde de overdrachtstermijn omdat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. De rechtbank besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat eiser geen procesbelang meer heeft. Dit volgt uit het feit dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat eiser nog prijs stelt op bescherming in Nederland of dat hij zich na de MOB-melding heeft gemeld bij het COA.

De rechtbank benadrukt dat bij een MOB-melding voorzichtigheid geboden is met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep, vanwege het fundamentele recht op toegang tot de rechter. In dit geval is echter vastgesteld dat het belang ontbreekt. Het beroep wordt daarom niet inhoudelijk beoordeeld en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.10646

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H. Postma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de verlenging van de overdrachtstermijn. De minister heeft de overdrachtstermijn met het besluit van 18 februari 2026 verlengd, omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
1.1.
De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb [1] bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het besluit tot het niet in behandeling nemen van eisers aanvraag niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Heeft eiser procesbelang?
3. De rechtbank beantwoordt ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft op 23 februari 2026 meegedeeld dat eiser op 18 februari 2026 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Op 5 maart 2026 heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat zij geen contact heeft kunnen krijgen met eiser.
3.1.
Uit vaste rechtspraak volgt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, de vreemdeling nog belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met die vreemdeling over de procedure. Dit is alleen anders als er andere concrete aanknopingspunten zijn dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reëel belang meer heeft. Daarbij moet er, in het licht van het fundamentele belang van recht op toegang tot de rechter en het bieden van doeltreffende en effectieve rechtsbescherming, voorzichtig omgegaan worden met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. [2]
3.2.
Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden en gezien de informatie van de gemachtigde van eiser neemt de rechtbank aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Ook is niet gebleken dat eiser zich na de MOB-melding weer heeft gemeld bij het COa [3] . Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2662).
3.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.