ECLI:NL:RBDHA:2026:829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring zonder zicht op uitzetting ongegrond verklaard
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, stelde beroep in tegen het voortduren van zijn maatregel van vreemdelingenbewaring die op 21 november 2025 was opgelegd. Hij voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de overheid niet voortvarend handelde.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot 3 december 2025 rechtmatig was en dat de beoordeling nu ziet op het voortduren van de bewaring daarna. Hoewel eiser een lopende verblijfsprocedure in Spanje heeft, achtte de rechtbank dit geen beletsel voor uitzetting naar Marokko. De aanvraag van een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten was recent ingediend en er was geen aanwijzing dat deze niet zou worden toegekend.
De rechtbank vond dat de overheid voldoende voortvarend had gehandeld door twee rappels te sturen en vertrekgesprekken te voeren. Het beroep op toepassing van een minder dwingende maatregel faalde, mede omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd sinds de eerdere uitspraak van 9 december 2025.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.