Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, op 20 januari 2026 uitspraak gedaan in een vervolgberoep van een Nigeriaanse eiser tegen de maatregel van bewaring die op 19 augustus 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. De eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 14 januari 2026.
De eiser, geboren in 1992 en van Nigeriaanse nationaliteit, stelt dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Nigeria is. Hij verwijst naar een voortgangsrapport waaruit blijkt dat de Nigeriaanse autoriteiten geen onderzoek willen doen naar zijn geboorteakte in het kader van de LP-aanvraag. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het zicht op uitzetting ontbreekt. De eiser heeft niet meegewerkt aan zijn presentatie op 12 december 2025, en de rechtbank concludeert dat de Nigeriaanse autoriteiten bij volledige medewerking van eiser bereid zouden zijn om binnen afzienbare termijn een LP af te geven.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie.