Eiser stelde op 23 oktober 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 30 maart 2024. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 8 januari 2026 het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond.
Later bleek dat eiser wel degelijk tijdig en inhoudelijk gronden had ingediend tegen het alsnog genomen besluit, wat de rechtbank bij haar eerdere uitspraak niet had onderkend. Hierdoor was de ongegrondverklaring op onjuiste gronden gebaseerd.
De rechtbank besloot daarom de uitspraak van 8 januari 2026 te vervallen en de zaak opnieuw te behandelen. De uitspraak werd gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en griffier A.W. Landman, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.