ECLI:NL:RBDHA:2026:833
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen openbaarmaking bindende aanwijzing kansspelautoriteit
Verzoekster, een kansspelaanbieder met vergunning, maakte bezwaar tegen de openbaarmaking van een bindende aanwijzing opgelegd door de Kansspelautoriteit wegens tekortkomingen in de naleving van de zorgplicht. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang bij de beoordeling van het verzoek tot voorlopige voorziening.
De rechter stelde vast dat de bindende aanwijzing gebaseerd was op geconstateerde tekortkomingen in de uitvoering van de zorgplicht, zoals het onvoldoende adequaat reageren op signalen van problematisch speelgedrag en het niet correct toepassen van draagkrachttoetsen. Verzoekster voerde aan dat openbaarmaking haar reputatie zou schaden en dat de aanwijzing waarschijnlijk geen stand zou houden in bezwaar of beroep.
De voorzieningenrechter overwoog dat de wettelijke basis voor de aanwijzing voldoende is en dat de belangen van het algemeen belang bij transparantie en preventie zwaarder wegen dan het belang van verzoekster bij geheimhouding. Ook het risico op reputatieschade en toekomstige claims weegt niet zwaarder dan het belang van openbaarmaking. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opschorting van de openbaarmaking van de bindende aanwijzing wordt afgewezen vanwege het zwaarder wegen van het algemeen belang bij openbaarmaking.