ECLI:NL:RBDHA:2026:8371
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens vertraagde beslissing verblijfsvergunning
Verzoeker diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 9 januari 2026 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en een verzoek tot proceskostenvergoeding indiende.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in een dergelijk geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang hanteerde de rechtbank een wegingsfactor van 0,5, waardoor een vergoeding van €467,- werd toegekend, inclusief het griffierecht. De minister werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €467,- aan proceskosten aan verzoeker wegens het niet tijdig beslissen op de verblijfsvergunningsaanvraag.