ECLI:NL:RBDHA:2026:8379
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 16 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-gegevens bleek dat hij op 17 april 2023 al een verzoek om internationale bescherming in Frankrijk had ingediend. Nederland verzocht Frankrijk om terugname, wat werd aanvaard.
De minister van Asiel en Migratie nam de asielaanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat Nederland de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken vanwege bijzondere omstandigheden en onevenredige hardheid.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen nakomt, inclusief medische zorg. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat hij psychische klachten heeft of dat overdracht aan Frankrijk tot een onevenredige hardheid leidt. De enkele stelling dat hij rust heeft gevonden in Nederland en veel heeft meegemaakt, volstaat niet.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir op 26 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.