ECLI:NL:RBDHA:2026:8387
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2026 behandeld en verklaart het ongegrond.
De rechtbank overweegt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje, zoals bevestigd door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij bij overdracht aan Spanje een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook de medische en psychische problematiek van haar zoon is onvoldoende onderbouwd om te spreken van bijzondere kwetsbaarheid in de zin van het arrest Tarakhel, zodat geen individuele garanties nodig zijn.
Verder is geoordeeld dat de minister niet onzorgvuldig heeft gemotiveerd waarom hij de aanvraag niet aan zich heeft getrokken op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De omstandigheden die eiseres aanvoert, waaronder haar banden met de Nederlandse ambassade en de medische situatie van haar zoon, vormen geen bijzondere, individuele omstandigheden die een overdracht aan Spanje onevenredig hard maken.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Lange en griffier S.N. Lekatompessij op 20 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.