ECLI:NL:RBDHA:2026:8426
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
De minister van Asiel en Migratie wees de asielaanvraag van eiser op 19 december 2025 af en legde een terugkeerbesluit op. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, locatie Groningen. Tijdens de zitting op 9 april 2026 was eiser niet aanwezig, hoewel zijn gemachtigde het beroep handhaafde.
De minister informeerde de rechtbank dat eiser op 1 januari 2026 met onbekende bestemming was vertrokken, gebaseerd op informatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). De gemachtigde van eiser had sinds die melding geen contact meer met eiser, en eiser had zich niet gemeld voor opvang.
De rechtbank oordeelde dat het vertrek met onbekende bestemming en het ontbreken van contact met de gemachtigde erop duiden dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Er waren geen concrete aanknopingspunten om hiervan af te wijken. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij de proceskostenveroordeling af.
Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en het ontbreken van contact met zijn gemachtigde.