Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , ook wel bekend als [naam] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Algerijnse vreemdeling tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 6 januari 2026 was opgelegd. De vreemdeling stelde dat de overheid onvoldoende voortvarend had gehandeld, met name omdat er een aanzienlijke periode zat tussen de bevestiging van zijn nationaliteit en zijn presentatie bij de ambassade.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring reeds eerder was getoetst en dat nu alleen de rechtmatigheid vanaf 29 oktober 2025 aan de orde was. Uit het dossier bleek dat de vreemdeling zelf had aangegeven gepresenteerd te willen worden en dat de overheid afhankelijk was van de planning door de Algerijnse autoriteiten. Verder werd vastgesteld dat na de presentatie direct een vlucht was aangevraagd en dat een vluchtakkoord was ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat de overheid voldoende voortvarend had gehandeld en dat de maatregel van bewaring gedurende de te beoordelen periode rechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Een mondelinge behandeling werd niet noodzakelijk geacht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.