ECLI:NL:RBDHA:2026:8552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens motiveringsgebrek medische omstandigheden
Eiser, van Jordaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat zijn ernstige medische en psychische toestand, waaronder een suïcidepoging, een BMA-advies vereiste om de overdracht naar Kroatië te beoordelen.
De minister erkende medische omstandigheden maar stelde dat geen sprake was van een ernstige aandoening die overdracht zou verhinderen, verwijzend naar de beschikbaarheid van medische zorg in Kroatië en een verbetering in de toestand van eiser. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde omdat de minister onvoldoende rekening hield met de medische documentatie, waaronder een spoedopname na een suïcidepoging en het medisch journaal dat traumatherapie aanbeveelt.
De rechtbank stelde dat zonder een BMA-advies geen oordeel kan worden gegeven over het risico van overdracht en dat de minister dit advies had moeten aanvragen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een BMA-advies.