ECLI:NL:RBDHA:2026:869

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
NL25.45369
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring beroep asielaanvraag

Verzoeker, van Syrische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 11 september 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, locatie Groningen.

Op 16 januari 2026 behandelde de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening gelijktijdig met de behandeling van het beroep. Verzoeker was niet aanwezig, maar zijn gemachtigde en die van de minister namen deel aan de zitting. De voorzieningenrechter sloot het onderzoek op zitting.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R. Tesfai en griffier E.A. Ruiter en is openbaar gemaakt op 21 januari 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45369

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).

Inleiding

1. Met het besluit van 11 september 2025 heeft de minister de opvolgende asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 januari 2026 samen met de behandeling van het beroep [1] , op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker is niet verschenen. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL25.45368, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard en het bestreden besluit is in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.45368.