ECLI:NL:RBDHA:2026:869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring beroep asielaanvraag
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 11 september 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, locatie Groningen.
Op 16 januari 2026 behandelde de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening gelijktijdig met de behandeling van het beroep. Verzoeker was niet aanwezig, maar zijn gemachtigde en die van de minister namen deel aan de zitting. De voorzieningenrechter sloot het onderzoek op zitting.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R. Tesfai en griffier E.A. Ruiter en is openbaar gemaakt op 21 januari 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.