Uitspraak
handelend onder de naam [handelsnaam] ,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Den Haag
VGZ heeft een loonbeslag gelegd op het loon van een voormalige werknemer bij [gedaagde partij] wegens een eerder vonnis dat betaling van €2.500 aan VGZ verplichtte. [gedaagde partij] heeft nagelaten de wettelijk verplichte verklaring af te leggen over het beslag, ondanks herinneringen van VGZ. De werkgever voerde aan het exploot en de brieven niet te hebben ontvangen en dat de werknemer niet meer in dienst was, waardoor inhouding niet mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het exploot rechtsgeldig aan het zakelijke adres van [gedaagde partij] was betekend en dat de werkgever verantwoordelijk is voor de postbehandeling. Het verweer dat de werkgever niet wist van het beslag faalde. Omdat de werknemer niet meer in dienst was, kon geen verklaring meer worden afgelegd, maar dit ontslaat de werkgever niet van betaling van het beslagbedrag.
De kantonrechter wees de vordering van VGZ tot betaling van €2.775,41 met rente toe en wees de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af. [gedaagde partij] werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €2.775,41 aan VGZ wegens het niet afleggen van de verplichte loonbeslagverklaring.