ECLI:NL:RBDHA:2026:8881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet-tijdige beslissing asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, ingediend op 2 mei 2024. De minister voerde onderzoek uit naar de toepassing van de Dublinverordening, waardoor de beslistermijn pas vanaf 2 juli 2024 begon te lopen. Daarnaast gold een besluitmoratorium voor Syrië van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn met een jaar werd verlengd.
Eiser stelde de minister op 8 oktober 2025 in gebreke, maar de rechtbank oordeelde dat dit te vroeg was omdat de beslistermijn pas op 2 januari 2026 zou verstrijken. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama op 20 maart 2026. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.