ECLI:NL:RBDHA:2026:890
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Meesters - van Luijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en gebrek aan bewijs politieke vervolging
Eiser diende op 31 januari 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister op 8 juli 2025 als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 15 december 2025 en oordeelde dat het beroep ongegrond is.
Eiser stelde dat hij in China problemen kreeg vanwege het uitschelden van de politie op WeChat en dat hij lid is van de China Democracy Party (CDP), met deelname aan demonstraties in Nederland. De minister betwijfelde de geloofwaardigheid van het relaas, met name vanwege het late vertrek uit China, het ontbreken van documenten en het gebrek aan concrete bewijs van politieke betrokkenheid of vervolging.
De rechtbank vond dat de minister terecht oordeelde dat het verhaal van eiser niet samenhangend en aannemelijk was. De legale uitreis en het verkrijgen van een paspoort ondermijnden de geloofwaardigheid. Ook was onvoldoende onderbouwd dat eiser daadwerkelijk een prominente rol had binnen de CDP of dat hij gevaar liep bij terugkeer.
De rechtbank zag geen reden om het beroep aan te houden voor prejudiciële vragen en oordeelde dat de minister de geloofwaardigheid zorgvuldig had beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.