Eiser, een Jemenitische nationaliteit dragende man, diende op 23 april 2023 een asielaanvraag in vanwege de oorlogssituatie in Jemen en zijn vrees voor rekrutering door de Houthi’s of als landverrader te worden aangemerkt. De minister wees de aanvraag op 2 juli 2025 af wegens onvoldoende aannemelijkheid van een individueel risico op willekeurig geweld.
De rechtbank behandelde het beroep op 26 november 2025 en oordeelde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd naar welke plaats in Jemen eiser moet terugkeren, wat een motiveringsgebrek oplevert. Ook is niet deugdelijk gemotiveerd dat sprake is van de meest uitzonderlijke situatie onder artikel 15c Vreemdelingenwet.
Desondanks acht de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat de minister in het verweerschrift en tijdens de zitting voldoende heeft toegelicht dat eiser naar Sana’a moet terugkeren en dat hij geen concreet individueel risico loopt. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de afwijzing blijft van kracht. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.868,-.