ECLI:NL:RBDHA:2026:8941
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen Dublin overdrachtsbesluit aan Oostenrijk
Verzoeker heeft op 31 maart 2026 een overdrachtsbesluit ontvangen op grond van artikel 26 van Pro de Dublinverordening, waarbij hij aan Oostenrijk zou worden overgedragen. Verzoeker stelde dat het besluit niet rechtsgeldig was bekendgemaakt en dat hij niet conform artikel 5 van Pro de Dublinverordening was gehoord.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de minister terecht is uitgegaan van de informatie van de Raad voor Rechtsbijstand over de gemachtigde en dat het overdrachtsbesluit correct is toegezonden. Daarnaast is het horen van verzoeker achterwege gelaten omdat hij schriftelijk de mogelijkheid heeft gekregen om te reageren, wat voldoet aan de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en stelt dat de bewaring niet ter toetsing ligt in deze procedure. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het overdrachtsbesluit aan Oostenrijk wordt afgewezen.