ECLI:NL:RBDHA:2026:9070
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Kroatië afgewezen
Eiser, een Jordaanse asielzoeker geboren in 2007, diende op 7 november 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, aangezien uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser eerder asiel had aangevraagd in Kroatië.
Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat Kroatië hem niet adequaat zou behandelen, verwijzend naar het AIDA-rapport over Kroatië en zijn persoonlijke ervaringen van mishandeling en slechte behandeling door de Kroatische autoriteiten. Hij stelde dat zijn asielaanvraag daarom inhoudelijk in Nederland behandeld had moeten worden op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank overwoog dat binnen de EU het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij alleen kan worden afgeweken als sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of opvang in de verantwoordelijke lidstaat. De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat dergelijke tekortkomingen bestaan voor asielzoekers die via een terugnameakkoord worden overgedragen aan Kroatië. Zijn eerdere ervaringen vonden plaats voordat de Dublinverordening op hem van toepassing was.
Daarom was er geen reden om het besluit te herzien of de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen. Het beroep werd dan ook ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.