ECLI:NL:RBDHA:2026:9079
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft meegedeeld dat eiser op 12 maart 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft bevestigd geen contact meer te hebben met eiser. Volgens vaste rechtspraak is er alleen procesbelang als de gemachtigde recent contact onderhoudt met de vreemdeling na een MOB-melding.
Gezien het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming, neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland en geen actueel belang meer heeft bij de procedure. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het besluit niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.