ECLI:NL:RBDHA:2026:9120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.L. Weerkamp
- Y. Chakur
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens het Dublin-verdrag. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure meldde de minister dat eiser met onbekende bestemming Nederland had verlaten.
De rechtbank gaf de gemachtigde van eiser de gelegenheid te reageren en contact met eiser aan te geven. Hoewel de gemachtigde aanvankelijk contact had gehad rond het indienen van het beroepschrift, reageerde hij niet meer binnen de gestelde termijn om nadere informatie te verstrekken.
Op basis van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder bericht met onbekende bestemming vertrekt, geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij hij na vertrek nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Nu dat niet het geval is, heeft eiser geen belang meer bij de inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 9 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling.