ECLI:NL:RBDHA:2026:9135
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Ugandese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser vertrok met onbekende bestemming, maar hield na die melding nog contact met zijn gemachtigde, waardoor de rechtbank het procesbelang bevestigde. Eiser voerde aan dat bijzondere omstandigheden in Spanje, zoals racisme, seksueel misbruik en gedwongen drugsgebruik, hem verhinderden bescherming te zoeken in Spanje en dat de minister het besluit onvoldoende had gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de minister zich voldoende had gemotiveerd en dat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die een overdracht aan Spanje onevenredig zouden maken. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.