ECLI:NL:RBDHA:2026:9138
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, van Syrische nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Zij voert aan dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, wijst op haar persoonlijke omstandigheden zoals familie in Nederland, psychische belasting door een miskraam en vreest indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland. Tevens beroept zij zich op artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening en het arrest C.K.
De rechtbank oordeelt dat uit de aangevoerde omstandigheden geen afhankelijkheid in de zin van artikel 16 blijkt Pro en dat de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 niet Pro tot toepassing komt. Ook het beroep op het arrest C.K. faalt wegens gebrek aan objectief bewijs van ernstige gezondheidsschade.
Daarom is het beroep kennelijk ongegrond en wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.