ECLI:NL:RBDHA:2026:9150
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige vrees voor vervolging en kennelijk ongegrondverklaring
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na te zijn geconfronteerd met problemen met de Aga Cemaati gemeenschap in Turkije. Hij stelde dat hij fysiek en psychisch mishandeld werd en vreest vervolging vanwege een video die hem in een negatief daglicht zou stellen. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser niet samenhangend en aannemelijk waren, mede door tegenstrijdigheden over het doen van aangifte en het ontbreken van bewijsstukken zoals de video. Ook was de late indiening van de asielaanvraag niet verschoonbaar. De rechtbank vond dat eiser geen reëel risico op ernstige schade of vervolging aannemelijk had gemaakt en dat de algemene mensenrechtensituatie in Turkije dit niet ondersteunde.
Daarnaast werd het beroep op gezinsleven afgewezen omdat eiser zijn huwelijk niet had onderbouwd en niet had aangegeven wat de concrete belangen waren. De rechtbank concludeerde dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod proportioneel en deugdelijk gemotiveerd waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser moet Nederland onmiddellijk verlaten met een inreisverbod van twee jaar.