Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9212

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
NL25.44526
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan procesbelang

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 20 augustus 2025. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De minister heeft gemeld dat eiser op 18 december 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft bevestigd geen contact meer te hebben met eiser. Dit leidt tot de conclusie dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland.

De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2024:2662) die terughoudendheid gebiedt bij het niet-ontvankelijk verklaren op basis van een MOB-melding, maar stelt dat het ontbreken van contact met de gemachtigde na de MOB-melding het ontbreken van procesbelang bevestigt.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler en griffier N. Dayerizadeh op 5 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44526
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de minister van 20 augustus 2025.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
2. De minister heeft in het bericht van 19 december 2025 aan de rechtbank laten weten dat eiser op 18 december 2025 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. De rechtbank heeft op 20 februari 2026 aan de gemachtigde van eiser verzocht om aan te geven of de gemachtigde nog contact onderhoudt met eiser. De gemachtigde van eiser heeft evenwel op 20 februari 2026 laten weten dat hij geen contact meer heeft met eiser.
3. De omstandigheid dat een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd, met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, kan betekenen dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan belang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 1 juli 20241 echter overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een
1. ABRvS 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.
beroep op basis van een MOB-melding. Er mag vanuit gegaan worden dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met de vreemdeling over de procedure.
4. Gelet op bovengenoemde rechtspraak en het feit dat de gemachtigde heeft aangegeven dat hij na de MOB-melding geen contact meer onderhoudt met eiser over de procedure, neemt de rechtbank aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen
procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
05 maart 2026
Mr. G. Schnitzler N. Dayerizadeh
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.