ECLI:NL:RBDHA:2026:9327
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in omgangsregelingzaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de omgangsregeling met zijn dochter behandelde, stellende dat de rechter vooringenomen was vanwege haar opmerkingen en vragen tijdens de zitting.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, wat niet is gebleken. De opmerkingen van de rechter werden niet als vooringenomenheid geïnterpreteerd, en het stellen van kritische vragen behoort tot haar taak.
Klachten over de bejegening door de rechter zijn niet geschikt voor de wrakingsprocedure, maar kunnen via een klacht bij het gerechtsbestuur worden ingediend. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de bestaande stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van concrete feiten die de schijn van partijdigheid rechtvaardigen.