ECLI:NL:RBDHA:2026:9338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde van Algerijnse nationaliteit te zijn en werd op 1 oktober 2025 negatief beslist. Vervolgens stelde eiser beroep in tegen deze afwijzing.
Tijdens de zitting op 9 april 2026 was eiser niet aanwezig en had zijn gemachtigde zich afgemeld. De minister overlegde een systeemmelding waaruit bleek dat eiser op 30 september 2025 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer met hem te hebben.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft omdat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland, nu hij zonder mededeling is vertrokken. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is de zaak niet inhoudelijk beoordeeld. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming.