ECLI:NL:RBDHA:2026:9344
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 16 juni 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat eiser de minister op 31 januari 2026 heeft verzocht alsnog binnen twee weken te beslissen. Deze brief is op 25 februari 2026 ontvangen, waardoor de termijn van twee weken op 26 februari 2026 begon en op 12 maart 2026 eindigde.
Eiser heeft het beroepschrift echter al op 4 maart 2026 ingediend, voordat de termijn van twee weken was verstreken. Hierdoor is het beroep prematuur en voldoet het niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter T.F. Bruinenberg en griffier A.S. van der Veen, en is zonder zitting behandeld.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur is ingediend.