Eiser diende bezwaar in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor de energietoeslag 2022, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank toetste of deze niet-ontvankelijkverklaring terecht was.
De rechtbank overwoog dat de bezwaartermijn zes weken bedraagt en dat bij overschrijding het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard moet worden, tenzij de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Eiser stelde dat zijn ziekte en de toekenning van de energietoeslag 2023 reden waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De rechtbank oordeelde dat de ziekte van eiser zich voordeed ná de bezwaartermijn en daarom niet als verschoonbare reden kan gelden. Ook de toekenning van de toeslag over 2023 rechtvaardigt geen latere indiening van bezwaar tegen het besluit van 2022. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond.
De rechtbank handhaaft het bestreden besluit en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. van Paridon op 11 maart 2026.