ECLI:NL:RBDHA:2026:9388

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
11875858
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:81 BWArt. 6:83 BWArt. 3:84 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op wettelijke rente over gecedeerde buitengerechtelijke kosten bij tijdige betaling verzekeraar

Kracht! Letselschade B.V. heeft namens een benadeelde een vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten aan zichzelf gecedeerd en vordert wettelijke rente van de verzekeraar Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (NN) wegens vermeende te late betaling.

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde zelf geen kosten heeft gemaakt omdat de vergoeding rechtstreeks aan Kracht! is betaald. Voor het ontstaan van een vordering tot wettelijke rente is vereist dat de benadeelde daadwerkelijk kosten heeft voorgeschoten en dat de verzekeraar in verzuim is geraakt.

De vaststellingsovereenkomst tussen partijen regelt dat NN de buitengerechtelijke kosten rechtstreeks aan Kracht! betaalt en dat deze verplichting tijdig is nagekomen. Hierdoor is geen sprake van verzuim en dus geen recht op wettelijke rente.

Verder oordeelt de rechtbank dat de cessie van een nog niet ontstane vordering niet rechtsgeldig is en dat Kracht! geen eigen vordering heeft op NN. De vordering tot wettelijke rente wordt afgewezen en Kracht! wordt veroordeeld in de proceskosten.

De rechtbank ziet geen aanleiding om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over de toepasselijkheid van wettelijke rente in deze context.

Uitkomst: De vordering tot betaling van wettelijke rente over buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen omdat de verzekeraar deze kosten tijdig heeft voldaan.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: 11875858 \ RL EXPL 25-16951
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
KRACHT! LETSELSCHADE B.V.,
te Vaassen,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie
hierna te noemen: Kracht!,
gemachtigde: mr. N.N. Liefeld,
tegen
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
te 's-Gravenhage,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie
hierna te noemen: NN,
gemachtigden: mr. A.N.L. de Hoogh en mr. J.A.A. van Beek.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de pleitnota van mr. N.N. Liefeld;
- de pleitnota van mr. A.N.L. de Hoogh en mr. J.A.A. van Beek;
- de mondelinge behandeling van 2 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.2.
Kracht! is een juridisch adviesbureau op het gebied van letselschade voor slachtoffers.
2.3.
Kracht! heeft de heer [naam] (hierna: [naam] ) bijgestaan naar aanleiding van een verkeersongeval op 15 oktober 2022 waarbij hij letsel heeft opgelopen.
2.4.
[naam] heeft op 17 oktober 2022 een opdrachtmachtiging ondertekend, waarin de volgende tekst staat vermeld:
OPDRACHTMACHTIGING
Ondergetekende,
naam: De heer [naam]
(…)
machtigt en verzoekt hiermee aan:
Kracht! Letselschade B.V.
om de door hem/haar geleden en te lijden schade, welke betrekking heeft op het ongeval d.d. 15-10-2022 , in behandeling te nemen, conform de op de achterzijde afgedrukte Algemene Voorwaarden van Kracht! Letselschade B.V, De voorwaarden zijn ook te vinden op de website www.krachtletselschade.nl.
Daarnaast verzoekt ondergetekende de aansprakelijke partij, c.q. diens WA-verzekeraar, om de door Kracht! Letselschade B.V. te maken buitengerechtelijke kosten, kosten medisch adviseur, medische verschotten en andere behandelingskosten rechtstreeks te vorderen bij de aansprakelijke partij/verzekeraar en over te laten maken op rekening (…) ten name van Kracht! Letselschade B.V., kantoor Vaassen. (…).
(…)
2.5.
In artikel 6 van Pro de onderaan de opdrachtmachtiging opgenomen ‘Algemene Voorwaarden Kracht! Letselschade B.V.’ staat vermeld:

6.Onherroepelijke Cessie; Overdracht van kosten

Opdrachtgever stemt ermee in dat de behandelkosten van kracht! bij de aansprakelijke partij in rekening worden gebracht en draagt hierbij de aanspraak op de vergoeding van deze kosten onherroepelijk over aan kracht!

2.6.
Kracht! heeft namens [naam] op 18 oktober 2022 NN aangesproken tot het vergoeden van de schade als gevolg van het verkeersongeval. NN heeft als WAM-verzekeraar de aansprakelijkheid van haar verzekerde erkend.
2.7.
In de periode van 2 december 2022 tot en met 21 januari 2025 heeft Kracht! een aantal facturen bij NN ingediend die zien op de werkzaamheden die door Kracht! en door haar ingeschakelde derden zijn verricht en heeft NN een aantal voorschotbetalingen aan Kracht! gedaan. Op meerdere momenten in die periode was het totaalbedrag van de door NN gedane voorschotbetalingen lager dan het totaalbedrag van de door Kracht! ingediende facturen.
2.8.
Op 21 januari 2025 heeft Kracht! een e-mail aan NN gestuurd, waarin het volgende staat vermeld:
(…)
In de bijlage tref je een overzicht aan van de nog verschuldigde bgk ad € 7.415,95 + de wettelijke rente ad € 319,-- is totaal € 7.734,95. Wil je dit slotbedrag ook in de VSO opnemen s.v.p.?
(…)
2.9.
Op 23 januari 2025 heeft NN een e-mail aan Kracht! gestuurd, waarin het volgende staat vermeld:
(…)
Bijgaand treft u de vso. In het kader van de regeling is NN bereid alle openstaande kosten te vergoeden. Dit geldt niet voor de berekende wettelijke rente.
(…)
2.10.
NN en [naam] hebben op 23 respectievelijk 24 januari 2025 een vaststellingsovereenkomst ondertekend, waarin het volgende staat vermeld:
(…)
Buitengerechtelijke kosten
Verzekeraar betaalt, naast het hiervoor genoemde schadebedrag, de redelijke buitengerechtelijke kosten zoals bedoeld in artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Deze kosten maken weliswaar formeel onderdeel uit van de schade van belanghebbende, maar worden veelal met instemming van belanghebbende rechtstreeks voldaan aan de belangenbehartiger.
Belanghebbende verklaart door ondertekening van deze overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is of wordt overeengekomen, dat verzekeraar de thans nog resterende buitengerechtelijke kosten rechtstreeks aan de belangenbehartiger betaalbaar mag stellen.
Ten behoeve van belanghebbende zijn aan buitengerechtelijke kosten al meerdere voorschotten betaalbaar gesteld. Deze zijn betaald aan Kracht Letselschade. Op de buitengerechtelijke kosten volgt nog een slotbetaling van EUR 7.415,95. Deze worden rechtstreeks betaald aan Kracht! Letselschade.
Finale kwijting
Tegenover de overeengekomen schadevergoeding en de hiervoor genoemde betaling(en), verleent belanghebbende aan verzekeraar en verzekerde finale kwijting.
(…)
2.11.
Op 4 februari 2025 heeft NN een slotbetaling van € 7.415,95 aan Kracht! gedaan.
2.12.
Op 2 september 2025 heeft Kracht! NN gedagvaard.

3.Het geschil

In conventie
3.1.
Kracht! vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad NN veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 280,32 aan wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten van Kracht!, te vermeerderen met de proceskosten.
3.2.
Kracht! legt – samengevat – aan de vordering het volgende ten grondslag. [naam] heeft zijn vordering op NN tot betaling van buitengerechtelijke kosten aan Kracht! gecedeerd. Kracht! heeft buitengerechtelijke kosten gemaakt en hiervoor facturen aan NN verzonden. NN heeft deze facturen meermaals niet tijdig en/of volledig voldaan. Als gevolg daarvan is NN in verzuim geraakt op het moment dat de betalingstermijn van 14 dagen van deze facturen is verstreken. Over de periode dat NN in verzuim is, is zij de wettelijke rente ex artikel 6:119, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) verschuldigd.
3.3.
NN voert verweer. NN concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Kracht!, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Kracht!, met veroordeling van Kracht! in de kosten van de procedure, vermeerderd met de nakosten en de wettelijke rente, voor zover
mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
3.4.
NN voert – samengevat – het volgende aan. [naam] heeft nooit buitengerechtelijke kosten aan Kracht! betaald en op dit punt dus ook geen schade geleden. Verder heeft er geen rechtsgeldige cessie door [naam] aan Kracht! van de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten plaatsgevonden. De reden hiervoor is dat [naam] geen vordering op NN had en deze wegens het ontbreken van beschikkingsbevoegdheid dus ook niet aan Kracht! kon overdragen. Bovendien is de vordering niet met voldoende bepaalbaarheid omschreven en is de vordering tot betaling van wettelijke rente evenmin een nevenrecht. Daarnaast is pas na totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst mededeling van de cessie aan NN gedaan, maar toen had [naam] al finale kwijting aan NN verleend. Tot slot betoogt klopt de berekening van de wettelijke rente niet.
In voorwaardelijke reconventie
3.5.
NN vordert voorwaardelijk, namelijk voor het geval dat enige vordering van [naam] tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten rechtsgeldig aan Kracht! is overgedragen, dat de kantonrechter Kracht! veroordeelt tot betaling aan NN van een bedrag van € 23.631,92, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van betaling van NN aan Kracht!, zoals opgenomen in het overzicht in tabel 1 van de conclusie van antwoord in conventie tevens voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie, dan wel vanaf de datum van de voorwaardelijk conclusie van eis in reconventie (te weten: 11 november 2025).
3.6.
Kracht! voert verweer strekkende tot afwijzing van de voorwaardelijke vordering in reconventie, met veroordeling van NN in de proceskosten.
In conventie en voorwaardelijke reconventie
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

In conventie
Het geschil
4.1.
Partijen hebben aangegeven dat deze zaak een principiële kwestie betreft. Kracht! is deze procedure gestart, en NN heeft in deze procedure verweer gevoerd, omdat zij antwoord willen op de vraag of professionele belangenbehartigers, die de vordering van een benadeelde tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten aan zichzelf laten cederen, wettelijke rente kunnen vorderen als de verzekeraar deze kosten niet tijdig voldoet. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet mogelijk is en licht dat als volgt toe.
Juridisch kader
4.2.
Voor het ontstaan van een vordering tot schadevergoeding is volgens de Hoge Raad vereist dat schade is geleden [1] . Omdat een vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 6:96 lid 2 BW Pro jo. artikel 95 lid 1 BW Pro ook een schadevergoedingsvordering is, is voor het ontstaan van deze vordering vereist dat daadwerkelijk buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt.
4.3.
De verplichting tot schadevergoeding – en dus ook die tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten – is een verbintenis tot betaling van een geldsom. Wanneer vertraging optreedt in de voldoening van een geldsom is volgens artikel 6:119 lid 1 BW Pro een schadevergoeding verschuldigd, bestaande in de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim is geweest. Om aanspraak te kunnen maken op wettelijke rente moet de schuldenaar dus in verzuim zijn.
4.4.
Het tijdstip waarop de schuldenaar in verzuim raakt, wordt bepaald aan de hand van artikel 6:81 e.v. BW. Als het gaat om een verbintenis tot schadevergoeding die voortvloeit uit onrechtmatige daad, treedt het verzuim volgens artikel 6:83, aanhef en onder b, BW in zonder ingebrekestelling, wanneer de prestatie opeisbaar is geworden en de verbintenis niet terstond wordt nagekomen. Opeisbaarheid is dus een voorwaarde om het verzuim te laten intreden.
Geen recht op wettelijke rente over buitengerechtelijke kosten
4.5.
[naam] heeft Kracht! door middel van de in rov. 2.4 genoemde opdrachtmachtiging gemachtigd om de kosten voor de door Kracht! en in haar opdracht verrichte werkzaamheden bij NN in rekening te brengen en deze kosten op de rekening van Kracht! over te laten maken. NN heeft met deze afspraak ingestemd. Ten eerste door voorschotfacturen van Kracht! te voldoen. Ten tweede hebben [naam] en NN in de vaststellingsovereenkomst ook afgesproken dat NN de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, die ‘formeel onderdeel zijn van de schade’, rechtstreeks zal betalen aan Kracht!. Kracht! stelt in deze procedure ook dat [naam] de door Kracht! aan NN verzonden facturen voor haar werkzaamheden niet heeft voldaan of hoeft te voldoen. Daarmee staat vast dat [naam] niet daadwerkelijk kosten heeft gemaakt voor de verrichte werkzaamheden.
4.6.
Kracht! heeft in dit verband aangevoerd dat de opeisbaarheid van de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en het verschuldigd worden van wettelijke rente niet afhankelijk is van voorfinanciering door [naam] . Dit is echter niet juist. De vorderingen tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente daarover ontstaan pas als de benadeelde deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en de verzekeraar met de vergoeding daarvan aan de benadeelde in verzuim is geraakt. Zoals hiervoor is overwogen heeft [naam] niet daadwerkelijk kosten gemaakt omdat hij aan Kracht! geen vergoeding verschuldigd was. Daarom kan van een (opeisbare) vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente daarover in ieder geval tot de totstandkoming van de in rov. 2.10 bedoelde vaststellingsovereenkomst geen sprake zijn.
4.7.
Met de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst heeft [naam] alsnog een aanspraak op NN tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten verkregen. Maar deze aanspraak is, vanwege de gemaakte betalingsafspraak, niet gebaseerd op artikel 6:96 lid 2 BW Pro maar op de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen verplichting van NN tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. Tussen partijen is niet in geschil dat NN deze verplichting tijdig is nagekomen. Dit brengt mee dat [naam] ook na totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst geen aanspraak op wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten heeft verkregen.
4.8.
Kracht! heeft verder nog aangevoerd dat de vordering tot betaling van wettelijke rente is ontstaan toen Kracht! de facturen voor buitengerechtelijke kosten aan NN heeft toegezonden en de daarop vermelde betalingstermijn van 14 dagen is verstreken. Kracht! verwijst in dit verband naar een vonnis van de Rechtbank Zutphen van 7 mei 2008 [2] , waarin werd bepaald dat de verzekeraar de wettelijke rente over het toegekende deel van de buitengerechtelijke kosten verschuldigd is vanaf 14 dagen na de respectieve factuurdata. Kracht! gaat er echter daarbij aan voorbij dat de enkele toezending van facturen niet meebrengt dat [naam] schade lijdt in de vorm van buitengerechtelijke kosten. Zoals hiervoor is overwogen, is daarvoor vereist dat [naam] daadwerkelijk kosten heeft gemaakt. Genoemd vonnis leidt niet tot een ander oordeel, omdat daaruit niet blijkt dat de benadeelde partij in die zaak die facturen niet zelf eerst had betaald alvorens deze bij de verzekeraar van de aansprakelijke partij in te dienen.
Geen rechtsgeldige cessie
4.9.
Vanwege het vereiste van beschikkingsbevoegdheid in artikel 3:84 BW Pro komt de overdracht van een nog niet ontstane vordering pas tot stand na het ontstaan daarvan [3] . Zoals uit het voorgaande blijkt, is er aan de zijde van [naam] in ieder geval tot de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst geen vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten of wettelijke rente ontstaan. Deze vorderingen kunnen dus ook niet al voorafgaand aan die overeenkomst zijn overgedragen.
4.10.
Bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst heeft [naam] weliswaar een contractuele aanspraak op betaling van buitengerechtelijke kosten verkregen, maar zoals uit rov. 4.7 blijkt, heeft NN deze tijdig voldaan. Dit betekent dat deze vordering teniet is gegaan en dat er aan de zijde van [naam] ook geen vordering tot vergoeding van wettelijke rente is ontstaan. Ook deze vorderingen kunnen dus niet worden overgedragen.
4.11.
Dit betekent dat Kracht! niet bij wijze van een cessie een vordering van [naam] op NN tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten of wettelijke rente heeft verkregen.
Kracht! heeft geen eigen vordering op NN
4.12.
Voor zover Kracht! betoogt dat zij zelf buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt en daarom een eigen vordering op NN heeft, wordt het volgende opgemerkt. De werkzaamheden die Kracht! c.s. hebben verricht dienden ter vaststelling van de schade van en aansprakelijkheid jegens [naam] . De verrichte werkzaamheden zijn dus geen buitengerechtelijke kosten van Kracht! zelf. Dit brengt mee dat Kracht! geen eigen vordering heeft op NN tot vergoeding van deze kosten. NN kan tegenover Kracht! dus ook niet in verzuim of wettelijke rente verschuldigd zijn.
4.13.
Ter zitting heeft Kracht! aangevoerd dat het probleem is dat NN de declaraties van Kracht! niet volledig heeft bevoorschot en zij daarom schade leidt. Deze schade is echter niet het gevolg van ontoereikende bevoorschotting, maar van de keuze van Kracht! om haar werkzaamheden niet aan [naam] in rekening te brengen. Van aansprakelijkheid van NN tegenover Kracht! wegens ontoereikende bevoorschotting is dan ook geen sprake.
Geen reden om prejudiciële vragen te stellen
4.14.
Ter zitting heeft Kracht! de kantonrechter verzocht om op de voet van artikel 392 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen, als de kantonrechter van oordeel zou zijn dat onzekerheid bestaat over de vraag of wettelijke rente verschuldigd is over gecedeerde buitengerechtelijke kosten die niet tijdig worden voldaan. Volgens Kracht! is de beantwoording van de vraag of voor het verschuldigd worden van wettelijke rente vereist is dat de benadeelde de buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk heeft betaald, dan wel of het ontstaan van de betalingsverplichting en/of de cessie voldoende is, van wezenlijk belang voor de rechtspraktijk.
4.15.
De kantonrechter is van oordeel dat in voldoende mate duidelijk is dat voor het ontstaan van een schadevergoedingsvordering in de vorm van buitengerechtelijke kosten vereist is dat daadwerkelijk buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. Verder is ook in voldoende mate duidelijk dat de overdracht van een nog niet ontstane vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten pas tot stand komt na het ontstaan daarvan. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om op deze punten verduidelijking aan de Hoge Raad te vragen en ziet daarom af van het stellen van prejudiciële vragen.
Slotsom
4.16.
Het voorgaande brengt mee dat de vordering van Kracht! tot betaling van wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten van Kracht! zal worden afgewezen.
4.17.
Kracht! wordt in de procedure in conventie dus in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in conventie betalen. De proceskosten van NN worden begroot op:
- salaris gemachtigde
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
217,50
4.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
In voorwaardelijke reconventie
4.19.
De vordering van NN in reconventie is voorwaardelijk ingesteld, namelijk voor het geval dat enige vordering van [naam] tot voldoening van buitengerechtelijke kosten rechtsgeldig aan Kracht! is overgedragen.
4.20.
De kantonrechter heeft in conventie echter geoordeeld dat dit niet het geval is. Daarom zal de kantonrechter vaststellen dat aan de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld niet is voldaan.

5.De beslissing

De kantonrechter,
In conventie
5.1.
wijst de vorderingen van Kracht! af,
5.2.
veroordeelt Kracht! in de proceskosten van € 217,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Kracht! niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Kracht! tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
In voorwaardelijke reconventie
5.4.
verstaat dat de voorwaarde waaronder de reconventie is ingesteld niet is vervuld,
In conventie en in voorwaardelijke reconventie
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.L.M. Staals en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Voetnoten

3.Groene Serie Vermogensrecht, art. 3:94 BW Pro, aant. 1.10.