ECLI:NL:RBDHA:2026:9434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring in vreemdelingenzaak
Eiser, een Algerijnse vreemdeling zonder reisdocumenten, is sinds 11 november 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
Eiser betoogt dat er geen concreet zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt en dat de bewaring daardoor onrechtmatig en willekeurig is geworden. Hij stelt dat lichtere middelen zoals een meldplicht passend zouden zijn.
De rechtbank oordeelt dat ondanks het langdurige lp-traject (identiteitsdocumentenprocedure) er nog steeds voldoende zicht is op uitzetting naar Algerije. Verweerder rapporteert regelmatig over voortgang en voert vertrekgesprekken met eiser. Eiser werkt niet mee aan zijn terugkeer, wat het risico op onttrekking vergroot. De bewaring duurt nog geen zes maanden en is proportioneel.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.