ECLI:NL:RBDHA:2026:9459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vertrek uit opvang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 oktober 2025 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen als ongegrond. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uit een systeemuitdraai van het COa blijkt dat eiser op 7 januari 2026 zelfstandig de opvang heeft verlaten. De gemachtigde van eiser heeft verklaard geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten waar hij verblijft. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State leidt het vertrek uit de opvang zonder bekend verblijf ertoe dat wordt aangenomen dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.
Daarom heeft eiser geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen om hun bezwaar tegen deze uitspraak toe te lichten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek uit opvang en ontbreken van contact.