Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9474

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
NL25.59959 en NL25.59960
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:46 AwbArt. 29, eerste lid, aanhef en onder b, VwArt. 30b, lid 1, aanhef en onder c, Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering negatieve belangstelling Ethiopische autoriteiten

Eiser, een Ethiopische Oromo, vroeg asiel aan vanwege zijn steun aan de OLA en OLF en vreesde vervolging bij terugkeer. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer vanwege twijfels over eisers identiteit en leeftijd, en het ontbreken van een reëel risico op vervolging.

De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de leeftijdsregistratie in Italië en de leeftijdsschouw bij de beoordeling van eisers identiteit mochten worden betrokken. De schouwen waren niet inzichtelijk en de conclusies onvoldoende onderbouwd.

Verder is verweerder niet geslaagd in het weerleggen van de negatieve belangstelling van de Ethiopische autoriteiten voor eiser, gelet op zijn familiebanden en eigen activiteiten. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.59959 en NL25.59960
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: V.J.C.M. Tielemans).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Eiser heeft op 20 februari 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 1 december 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, gemachtigde van eiser en gemachtigde van verweerder. Als tolk was M.M. Said telefonisch aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser heeft de Ethiopische nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2006 (in Ethiopische jaartelling [geboortedatum 2] 1999). Eiser heeft asiel aangevraagd, omdat hij Oromo is en de OLA en de OLF steunt. Eiser blokkeerde wegen, deelde pamfletten uit en ging naar demonstraties. Ook zijn vader en broers waren actief voor de OLF en de OLA. Daarom werd eiser op school vaak verhoord en kwam de politie naar eisers huis. Als hij terug moet keren naar Ethiopië vreest eiser levenslang gevangen gezet te worden of te worden gedood.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
eisers activiteiten voor de OLF/OLA.
4. Verweerder vindt eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar zijn identiteit niet. Eiser heeft namelijk wisselend verklaard over zijn geboortedatum en zijn verklaringen dat hij minderjarig zou zijn, komen niet overeen met de leeftijdsschouw. Verweerder vindt dat eiser bij terugkeer naar Ethiopië geen vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico loopt op ernstige schade as bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser heeft namelijk eerder geen problemen gehad met de Ethiopische autoriteiten, kan weinig vertellen over de rol van zijn vader en broers en had geen belangrijke rol tijdens demonstraties. Verweerder neemt daarnaast voor de [regio] , waar eiser vandaan komt, een relatief lager niveau van willekeurig geweld aan. [1] Eiser heeft geen individuele omstandigheden aangedragen die het risico op willekeurig geweld in zijn geval verhogen. Tot slot heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond [2] , omdat eiser verweerder heeft misleid over zijn identiteit gelet op zijn verklaringen over zijn geboortedatum.
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voet daartoe het volgende aan. Hoewel eiser inderdaad verschillende geboortedata heeft genoemd, heeft hij in de zienswijze uitgelegd dat dit is veroorzaakt door de verwarring die ontstond tijdens het nader gehoor, hetgeen een plausibele verklaring is. In Italië heeft eiser niet zelf zijn geboortedatum opgegeven, omdat hij te vermoeid was van de reis. Er is in ieder geval geen sprake van een poging om verweerder te misleiden en daarom is de aanvraag ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard. Dat eiser volgens de leeftijdsschouw meerderjarig zou zijn, zegt niet zoveel omdat de schouw geen wetenschappelijke wijze van leeftijdsbepaling is. Verder heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat. Uit het gegeven dat eiser op school regelmatig uit de klas werd gehaald om hem te vragen waar zijn vader was, volgt al dat immers al. Ook heeft eiser in de zienswijze gewezen op het ambtsbericht en naar een rapport van de Deense immigratiedienst waaruit blijkt dat familieleden van OLA-strijders het risico lopen om gearresteerd te worden. Zowel eisers vader als zijn broers waren aangesloten bij de OLA. Eiser kan niet uitgebreid verklaren over de activiteiten van zijn vader en broers, omdat de activiteiten clandestien waren en hij er zelf niet bij is geweest. Het standpunt dat niet aannemelijk is dat eisers vader en broers zich hebben aangesloten bij de OLA, valt moeilijk te rijmen met het feit dat verweerder wel geloofwaardig acht dat eiser op school regelmatig uit de klas werd gehaald om hem te ondervragen over de verblijfplaats van zijn vader. Verder heeft verweerder geloofwaardig gevonden dat eiser zelf heeft deelgenomen aan activiteiten en demonstraties voor de OLF en staat eiser ook daarom al in de negatieve belangstelling van de Ethiopische autoriteiten. Een vooraanstaande rol is niet vereist om in de negatieve belangstelling te komen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Kennelijk ongegrond
6. Verweerder kan een aanvraag afwijzen als kennelijk ongegrond indien een asielzoeker verweerder heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden. [3] In de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) staat verder uitgewerkt wat verweerder verstaat onder ‘misleiden’, namelijk dat de asielzoeker probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. [4]
6.1.
Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat verweerder zich niet kan beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel als hij bij de beoordeling van de leeftijd van een asielzoeker een leeftijdsregistratie in een andere EU-lidstaat betrekt. [5] Verweerder mag de leeftijdsregistratie, waaruit volgt dat de vreemdeling meerderjarig is, wel bij de beoordeling van de leeftijd betrekken, maar moet in dat geval zorgvuldig onderzoeken en deugdelijk motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. [6] Dat heeft verweerder in dit geval niet gedaan. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de leeftijdsregistratie in Italië betrokken mocht bij verweerders beoordeling dat de asielaanvraag van eiser kon worden afgewezen als kennelijk ongegrond.
6.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat eiser verweerder moedwillig heeft misleid over zijn geboortedatum en leeftijd. De hoogste bestuursrechter heeft geoordeeld dat de leeftijdsschouw in het algemeen zorgvuldig is en een bruikbaar middel voor de vaststelling of twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd, maar heeft hierbij benadrukt dat het van belang is dat de verslaglegging zorgvuldig gebeurt en dat de conclusies van de schouw worden verbonden aan de observaties tijdens het gehoor. [7] In het proces-verbaal van de leeftijdsschouw door de AVIM [8] worden enkele lichamelijke kenmerken opgenoemd, namelijk dat eiser een duidelijk zichtbare adamsappel heeft, stoppels, fronsen op het voorhoofd en een snor. Ten aanzien van eisers gedrag is opgemerkt dat hij op vragen over zijn leeftijd met zijn hoofd weg wenkt en dat hij gezien zijn uiterlijke kenmerken ouder oogt dan zijn opgegeven leeftijd van 17 jaar oud maar meer in de leeftijd van 18 jaar of ouder. Vervolgens staat er als conclusie: ‘Op basis van bovenstaande verklaringen en signalen oordelen wij unaniem dat geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling evident meerderjarig is.’ In de leeftijdsschouw in het aanmeldgehoor door verweerder staan onder andere als lichamelijke kenmerken genoemd: ‘betrokkene heeft geen opvallende kraaienpoten/rimpels om de ogen’, ‘betrokkene heeft wel een terugwijkende haargrens’, en ‘betrokkene is lang van postuur. Een postuur wat passend is bij een jongvolwassene.’ Met betrekking tot eisers gedrag is onder andere opgemerkt dat hij de hoormedewerker voortdurend aankijkt, zijn antwoorden goed overweegt en een actieve luisterhouding heeft. Onder ‘verklaringen betrokkene’ is opgenomen: ‘Houding en gedrag alsmede spraak en algehele fysieke voorkomen is passend bij een meerderjarige’. Vervolgens staat er als conclusie: ‘Op basis van bovenstaande verklaringen en signalen oordeel ik dat geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling evident meerderjarig is.’
6.3.
De rechtbank is van oordeel dat de schouwen van de AVIM en van verweerder niet inzichtelijk en concludent zijn. In beide gevallen ontbreekt een verbinding tussen de observaties en bevindingen en de conclusies die daaruit getrokken worden. De schouwers leggen niet uit waarom de lichamelijk kenmerken en het gedrag van eiser typerend zijn voor een meerderjarige en waarom juist niet voor een minderjarige. Ook relateren de schouwers hun observaties niet aan hun tijdens de schouwopleiding opgedane kennis en inzichten over minder- en meerderjarigheid. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder de leeftijdsschouwen niet mocht betrekken bij het oordeel dat eiser verweerder heeft misleid over zijn geboortedatum.
6.4.
Hoewel verweerder wel heeft kunnen betrekken dat eiser verschillende verklaringen heeft afgelegd over zijn geboortedatum, is dat naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat eiser heeft geprobeerd in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is. Nu verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat eiser verweerder heeft misleid over zijn identiteit, heeft verweerder eisers aanvraag ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard.
6.5.
De hoogste bestuursrechter heeft geoordeeld dat een asielbesluit in zijn geheel vernietigd moet worden als het standpunt van verweerder dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, niet in stand kan blijven. [9] De rechtbank zal daarom het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank zal hierna onderzoeken of verweerder op goede gronden heeft besloten dat er geen grond bestaat voor het verlenen van de asielvergunning.
Geloofwaardigheid identiteit
7. Nu de rechtbank reeds onder rechtsoverweging 6.1. heeft geoordeeld dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd welk gewicht hij aan de leeftijdsregistratie in Italië toekent, is de rechtbank van oordeel dat verweerder ook onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de leeftijdsregistratie in Italië betrokken mocht worden bij de geloofwaardigheidsbeoordeling over eisers identiteit.
7.1.
Ondanks dat de rechtbank van oordeel is dat uit eisers wisselende verklaringen over zijn geboortedatum niet volgt dat hij verweerder moedwillig heeft misleid, heeft verweerder in het kader van de geloofwaardigheid van eisers identiteit wel tegen kunnen werpen dat eiser hierover wisselend heeft verklaard en daarmee zijn geboortedatum niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder eisers identiteit ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. In het aanmeldgehoor heeft eiser namelijk verklaard geboren te zijn op [geboortedatum 2] 1999 (omgerekend [geboortedatum 1] 2006), maar in het nader gehoor verklaart eiser dat hij geboren is op [geboortedatum 2] 1991 (omgerekend [geboortedatum 1] 1998). Eiser heeft aangevoerd dat uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat de hoorambtenaar het verwarrend vindt en eiser op het verkeerde been zet door te vragen of hij geboren is op [geboortedatum 2] 1991. Dit volgt de rechtbank niet. Uit het gehoorverslag blijkt namelijk dat eiser zelf eerst deze datum noemt en het daarna nogmaals bevestigt. [10]
Negatieve belangstelling van de autoriteiten
8. Verder kan de rechtbank verweerder niet volgen in zijn standpunt dat aan de ene kant niet wordt gevolgd dat eisers vader en broers lid waren van de OLF/OLA, terwijl door verweerder wel geloofwaardig wordt geacht dat eiser op school is ondervraagd, dat zijn huis is bezocht vanwege zijn vader en dat eiser zelf activiteiten heeft verricht voor de OLF/OLA, terwijl eiser heeft verklaard dat hij hiermee is begonnen vanwege zijn familie.
8.1.
De rechtbank kan verweerder ook niet volgen in zijn standpunt dat niet wordt gevolgd dat eisers vader en broers lid waren van de OLF/OLA vanwege het feit dat eiser summier zou hebben verklaard over activiteiten van zijn vader en zijn broers en dat eiser het onderscheid tussen de OLF en de OLA niet kan benoemen. Eiser heeft uitgelegd dat hij summier heeft verklaard over de activiteiten van zijn broers en zijn vader, omdat hij toen nog jong was en deze activiteiten clandestien zijn. Daarnaast heeft eiser uitgelegd dat in Ethiopië geen duidelijk onderscheid bestaat tussen de OLF en de OLA. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom de door eiser gegeven redenen niet verschoonbaar zijn. Gelet op de landeninformatie waaruit blijkt dat familieleden van OLA-strijders het risico lopen om gearresteerd te worden, is de rechtbank daarom van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet in de negatieve belangstelling staat van de Ethiopische autoriteiten. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
9. Uit het voorgaande volgt al dat het beroep gegrond is. De rechtbank zal daarom geen oordeel geven over de overige beroepsgronden.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de rechtbank het bestreden besluit vernietigt. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
11. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.802,-. [11]
12. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 1 december 2025;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van
€ 2.802,-.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vlassak, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Paragraaf C7/14.4.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
2.Artikel 30b, lid 1, aanhef en onder c, van de Vw.
3.Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw.
4.Paragraaf C2/7.3 van de Vc.
5.Uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, r.o. 6.9.
6.Idem, r.o. 7.3.
7.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3801.
8.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
9.Zie de uitspraak van de Afdeling van 3 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2999, r.o. 3.1.
10.Gehoorverslag nader gehoor, pagina 6.
11.1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1.