Eiseres heeft een opvolgend beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. In een eerdere procedure had de rechtbank de minister al opgedragen binnen vier weken een beslissing te nemen, maar deze verplichting is niet nagekomen.
De rechtbank constateert dat het dossier mogelijk nog niet compleet is, maar gelet op de eerdere opgelegde termijn en het tijdsverloop bepaalt zij dat de minister alsnog binnen vier weken na deze uitspraak een besluit moet nemen. Om naleving te bevorderen legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 233,50, rekening houdend met een lagere wegingsfactor vanwege de beperkte omvang van het opvolgend beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.