ECLI:NL:RBDHA:2026:9589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 16 april 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat de besluitvorming onzorgvuldig was en dat hij in Duitsland niet de mogelijkheid had gekregen zijn asielrelaas toe te lichten. Tevens stelde hij dat de opvangvoorzieningen in Duitsland onvoldoende zijn en dat hij vreest voor indirect refoulement naar Algerije. De rechtbank overwoog dat de minister terecht mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om aan te tonen dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond is en verklaarde het beroep ongegrond. Hierdoor blijft het besluit van de minister in stand en mag eiser worden overgedragen aan Duitsland. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.