Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9688

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
24/9200
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 ParticipatiewetArt. 31 ParticipatiewetArt. 34 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor verhuizing en woninginrichting

Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van verhuizing en woninginrichting na ontruiming van haar woning en dakloosheid. Het college wees de aanvraag af omdat eiseres voldoende inkomen en draagkracht had om de kosten te voldoen en de kosten al waren betaald.

Eiseres voerde aan dat de ontruiming onvoorzien was en zij vanwege crisisopvang niet kon sparen, waardoor bijzondere bijstand gerechtvaardigd was. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet had betwist dat zij ten tijde van de aanvraag voldoende draagkracht had, mede omdat zij de kosten met een creditcard had voldaan.

De rechtbank concludeerde dat het college de aanvraag terecht had afgewezen en dat bijzondere bijstand niet bedoeld is om schulden af te lossen. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard omdat eiseres voldoende draagkracht heeft en de kosten al voldaan zijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/9200

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag

([gemachtigde]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand in de kosten van verhuizing en woninginrichting. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd in de kosten van verhuizing en woninginrichting. Het college heeft deze aanvraag met de besluiten van 28 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat het bestreden besluit over?
3. Eiseres heeft op 24 juli 2024 bijzondere bijstand aangevraagd in de kosten van verhuizing en woninginrichting. Uit de stukken en hetgeen het college ter zitting heeft toegelicht blijkt dat eiseres sinds de ontruiming van haar woning op 14 juli 2022 dakloos was, en dat aan haar in augustus 2023 een woning is toegewezen. In augustus 2023 heeft eiseres het huurcontract voor die woning getekend.
3.1.
In de besluiten van 28 augustus 2024 heeft het college de aangevraagde bijzondere bijstand afgewezen. Het college heeft die afwijzingen in het bestreden besluit gehandhaafd. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat eiseres geen recht heeft op bijzondere bijstand in de kosten van woninginrichting omdat zij, ondanks haar leeftijd, dakloosheid en overige omstandigheden beschikte over voldoende inkomen en draagkracht in inkomen heeft. Zij had vooraf kunnen sparen en anders achteraf kunnen aflossen. Bijzondere bijstand is een vangnet voor burgers die onvoldoende inkomen en vermogen hebben, en is geen middel dat ingezet kan worden om schulden af te lossen.
3.2.
In het verweerschrift heeft het college aan de motivering van het bestreden besluit toegevoegd dat de aanvraag in elk geval moet worden afgewezen omdat de kosten zich op het moment van de aanvraag niet meer voordoen, omdat de ingediende rekeningen al betaald waren.
Wat vindt eiseres?
4. In beroep voert eiseres aan dat zij op 23 augustus 2023 het huurcontract tekende voor een nieuwe woning, maar dat zij vanwege een noodzakelijke verbouwing van de woning de woning pas in augustus 2024 kon betrekken. Het college neemt ten onrechte aan dat de kosten van verhuizing en woninginrichting voorzienbaar waren. De ontruiming was echter niet te voorzien en dus ook niet de extra kosten die daarmee verband houden. Ook is geen rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden van de plotselinge onrechtmatige ontruiming. Eiseres is in de daklozenopvang terechtgekomen en moest helemaal opnieuw beginnen. In de daklozenopvang kon zij niet sparen. Ook zijn er kosten verbonden aan de crisisopvang. Gelet op die omstandigheden komt zij in aanmerking voor bijzondere bijstand. Eiseres stelt dat zij recht heeft op een nieuwe en eerlijke start.
Wat oordeelt de rechtbank?
5. Op grond van artikel 35 van Pro de Participatiewet (Pw) bestaat recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.
5.1.
Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de Pw dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.
5.2.
Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van verhuizing en woninginrichting, maar uit de door haar overgelegde facturen blijkt niet dat het gaat om kosten van verhuizing. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de aanvraag van eiseres alleen ziet op kosten van woninginrichting.
5.3.
De rechtbank overweegt dat het college zich terecht op het standpunt stelt dat de aanvraag moet worden afgewezen omdat eiseres voldoende draagkracht heeft om de kosten te voldoen. Eiseres stelt dat zij niet kon sparen toen zij in de daklozenopvang zat. Wat daarvan ook zij, eiseres heeft niet bestreden dat zij ten tijde van de aanvraag voldoende draagkracht had om de kosten van woninginrichting te voldoen. Uit Suwinet en de door haar ingediende jaaropgaaf blijkt dat eiseres een inkomen ruim boven bijstandsniveau ontvangt uit haar dienstverband bij [werkgever]. Verder blijkt dat zij de kosten van woninginrichting heeft betaald met een creditcard. Daaruit blijkt dat zij de kosten kon voldoen door reserveren achteraf. Gelet daarop heeft het college de aangevraagde bijzondere bijstand terecht afgewezen. Aan de vraag of aan andere criteria als vermeld in artikel 35, eerste lid, van de Pw is voldaan, zoals de vraag of de kosten te voorzien waren, en de vraag of de kosten zich nog voordeden, hoefde het college dan ook niet toe te komen. Overigens heeft het college terecht in het verweerschrift opgemerkt dat de aanvraag ook moest worden afgewezen omdat de kosten zich niet meer voordeden. Eiseres had immers de kosten ruim voor het indienen van de aanvraag al voldaan. De rechtbank wijst daarbij op de rechtspraak waaruit volgt dat in beginsel geen plaats is voor verlening van bijzondere bijstand voor kosten waarin op het moment van de aanvraag al is voorzien. [1]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van
mr. I. Geerink-van Loon, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 december 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1893.