Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9702

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
AWB 25/17225
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vreemdeling

De rechtbank Den Haag heeft op 22 april 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een beroep van een vreemdeling tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 11 augustus 2025.

De minister heeft de rechtbank geïnformeerd dat het terugkeerbesluit op 12 februari 2026 is opgeheven en dit schriftelijk aan de gemachtigde van eiser is meegedeeld. Pogingen van de griffier om contact te krijgen met de gemachtigde en het sturen van brieven naar het laatst bekende adres van eiser bleken vruchteloos, aangezien de brieven retour kwamen met de mededeling dat eiser niet meer op dat adres woonachtig is.

De rechtbank oordeelt dat nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen adres bekend is, de veronderstelling geldt dat eiser geen inhoudelijke beoordeling van het beroep verlangt. Omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze veronderstelling onjuist is, ontbreekt het aan procesbelang.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het bestreden besluit niet inhoudelijk. Het besluit blijft in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/17225

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2026 in de zaak tussen

[naam eiser] ,

[geboortedatum eiser] ,
[V-nummer eiser]
van Nigeriaanse nationaliteit
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de minister van 11 augustus 2025.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
1.2.
Op 16 februari 2026 heeft de minister een brief gestuurd aan de rechtbank met daarin vermeld dat op 12 februari 2026 één van de gemachtigden, mr. J.W.F. Menick, schriftelijk op de hoogte is gesteld dat het terugkeerbesluit is opgeheven. De minister heeft een kopie van deze brief meegestuurd.
1.3.
Op 23 februari 2026 zijn deze brieven naar het laatst bekende adres van eiser gestuurd. Deze brieven zijn op 12 maart 2026 retour gekomen. Op de retourenvelop is aangegeven dat eiser niet meer woonachtig is op dit adres.
1.4.
Naar aanleiding van de brief van 12 februari 2026 heeft de griffier op 1 april 2026 geprobeerd telefonisch contact te krijgen met mr. Menick. De griffier heeft ingesproken en een bericht voor mr. Menick achtergelaten, met het verzoek om te worden teruggebeld.
Op 3 april 2026 heeft de griffier wederom met mr. Menick gebeld. De griffier kon dit keer geen telefonisch bericht achterlaten.

Beoordeling door de rechtbank

Nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken en nu er geen adres bekend is, geldt de veronderstelling dat een vreemdeling niet langer een inhoudelijke beoordeling van het beroep verlangt. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat deze veronderstelling onjuist is en daarmee nog sprake is van procesbelang.
Gelet op het voorgaande is de rechter van oordeel dat er geen sprake is van procesbelang.

Conclusie en gevolgen

2. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
M.S.G. van der Werf, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.