ECLI:NL:RBDHA:2026:9706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken pleegsituatie en afhankelijkheid
Eisers, van Eritrese nationaliteit, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd voor een pleegzoon en een dochter van referente. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvragen af wegens onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit en de gezinsband.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een pleegsituatie tussen eiser en referente, omdat op het peilmoment van binnenkomst in Nederland geen feitelijke gezinsband bestond. De beperkte bezoeken en de aanwezigheid van de biologische vader wegen mee in dit oordeel. Voor eiseres concludeert de rechtbank dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen, mede omdat zij professionele hulp in Duitsland ontvangt.
Hoewel de rechtbank erkent dat de belangen van de kinderen van eiseres onvoldoende in het bestreden besluit zijn betrokken, passeert zij dit gebrek omdat dit tijdens de zitting is hersteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.