Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9707

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
NL24.8780
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbRichtlijn 2001/55/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit tegen beëindiging tijdelijke bescherming

Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon die vanuit Oekraïne naar Nederland is gekomen, maakte bezwaar tegen een brief van de minister van Asiel en Migratie waarin werd medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming eindigt op 4 maart 2024.

De rechtbank heeft het beroep behandeld op 18 maart 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat de brief van 29 januari 2024 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze geen rechtsgevolgen creëert maar slechts een mededeling bevat over het einde van de tijdelijke bescherming op grond van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en blijft het bestreden besluit in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J. Smeets en griffier J.F. Elzenaar op 15 april 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de brief over het einde van tijdelijke bescherming is niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.8780

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. N. van Bremen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. Sánchez Rhemrev).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de brief van verweerder van 29 januari 2024.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1975 en heeft de Turkse nationaliteit. Eiser verbleef op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne op het moment dat de invasie van Oekraïne door de Russische strijdkrachten begon. Eiser is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier rechtmatig verblijf gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. [1] In de brief van 29 januari 2024 heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat eisers recht op tijdelijke bescherming eindigt op 4 maart 2024.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Volgens eiser vallen derdelanders met een tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne die zich voor 19 juli 2022 bij de gemeente hadden gemeld onder het verlengingsbesluit. Niet kan worden uitgegaan van de uitspraak van de Afdeling [2] van 17 januari 2024. [3]
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
5. De rechtbank is van oordeel dat de brief van 29 januari 2024 geen besluit [4] is waartegen beroep kan worden ingesteld. De rechtbank overweegt dat de mededeling van verweerder geen rechtsgevolgen heeft gecreëerd. Verweerder heeft in de brief namelijk medegedeeld dat uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 januari 2024 volgt dat de eisers tijdelijke bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
7. Eiser krijg geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4.Zoals bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.