ECLI:NL:RBDHA:2026:9707
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit tegen beëindiging tijdelijke bescherming
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon die vanuit Oekraïne naar Nederland is gekomen, maakte bezwaar tegen een brief van de minister van Asiel en Migratie waarin werd medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming eindigt op 4 maart 2024.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op 18 maart 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat de brief van 29 januari 2024 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze geen rechtsgevolgen creëert maar slechts een mededeling bevat over het einde van de tijdelijke bescherming op grond van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en blijft het bestreden besluit in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J. Smeets en griffier J.F. Elzenaar op 15 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de brief over het einde van tijdelijke bescherming is niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is.