ECLI:NL:RBDHA:2026:9757
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Sri Lankaanse vreemdeling wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico
Eiser, een vreemdeling van Sri Lankaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 2 december 2025 werd afgewezen. De minister oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Sri Lanka liep. De rechtbank behandelde het beroep op 16 april 2026 en wees het beroep af.
Eiser stelde dat hij bedreigd werd door een persoon genaamd [naam 2] en de Chemi groep, wat leidde tot zijn vertrek uit Sri Lanka. Hij voerde ook aan dat hij in Nederland deelnam aan politieke activiteiten van de Tamil-Eelam beweging, waardoor hij risico zou lopen bij terugkeer. De minister achtte de verklaringen over de bedreigingen en de betrokkenheid van de Chemi groep niet geloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan objectief bewijs.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van het asielrelaas had beoordeeld volgens de geldende werkinstructies en dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen niet aannemelijk waren. Ook concludeerde de rechtbank dat de minister terecht had geoordeeld dat eiser geen reëel risico liep op vervolging vanwege zijn politieke overtuiging of illegale uitreis. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en verklaart het beroep ongegrond.