ECLI:NL:RBDHA:2025:18007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvragen Sri Lankaanse Tamils wegens ontbreken gegronde vrees vervolging
Eisers, een gezin uit Sri Lanka met politieke overtuiging gericht op een onafhankelijke Tamilstaat (Tamil Eelam), hebben meerdere opvolgende asielaanvragen ingediend die door de minister zijn afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eisers geen vluchtelingen zijn in de zin van het Vluchtelingenverdrag, omdat zij geen gegronde vrees voor vervolging in Sri Lanka hebben.
De rechtbank overweegt dat de situatie voor Tamils in Sri Lanka is verbeterd en dat politieke activiteiten zoals die van eisers in Nederland marginaal zijn en niet leiden tot negatieve aandacht van de autoriteiten in Sri Lanka. Het tonen van symbolen van de LTTE kan wel tot arrestatie leiden, maar dit leidt niet tot vervolging in de zin van het verdrag. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico lopen.
Eiser 2 voerde aan niet zorgvuldig te zijn gehoord vanwege taalproblemen, maar de rechtbank oordeelt dat het gehoor adequaat was en dat aanvullend horen niet nodig was. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat elke aanvraag op eigen merites wordt beoordeeld. De verzoeken om heroverweging zijn volgens de rechtbank op juiste wijze behandeld.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de asielaanvragen af. De proceskosten worden niet vergoed. De rechtbank benadrukt dat persoonlijke omstandigheden van eiser 2 in Nederland niet relevant zijn voor de asielprocedure.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de aanvragen worden afgewezen.