ECLI:NL:RBDHA:2026:9775
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 28 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser daar eerder asiel had aangevraagd. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling.
Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn homoseksualiteit niet veilig is in Duitsland en dat hij psychische behandeling in Nederland ontvangt die in Duitsland niet succesvol was. Tevens stelde hij dat hij een partner in Nederland heeft en dat overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid oplevert. De rechtbank oordeelde dat Duitsland zich aan internationale verplichtingen houdt, dat eiser zijn vrees voor indirect refoulement niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de relatie met zijn partner geen bijzondere omstandigheid vormt in de Dublinprocedure.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.