ECLI:NL:RBDHA:2026:9776
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige maatregel van vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep tegen de voortzetting van een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op 26 december 2025. De maatregel werd eerder als rechtmatig beoordeeld tot het sluiten van het onderzoek dat aan een eerdere uitspraak ten grondslag lag. Na intrekking van het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag op 27 februari 2026, had de verweerder twee dagen om de grondslag van de maatregel te wijzigen, wat niet is gebeurd.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel met ingang van 28 februari 2026 onrechtmatig is geworden en dat een onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel haar rechtsgeldigheid niet kan herwinnen. De nieuwe asielaanvraag van eiser op 5 maart 2026 maakte dit niet anders. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de opheffing van de maatregel bevolen.
Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €5.880,- voor 49 dagen onrechtmatige detentie en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €934,-. De uitspraak is onherroepelijk en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de maatregel van bewaring en kent schadevergoeding toe.