Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.B.C.M. Burger, griffier.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 12 januari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende de maatregel van bewaring van een Roemeense eiseres. De maatregel was opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 28 december 2025, maar werd op 13 januari 2026 opgeheven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, dat tevens als verzoek om schadevergoeding moet worden aangemerkt. De rechtbank heeft op 14 januari 2026 de zaak behandeld, waarbij eiseres en verweerder zich lieten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. De rechtbank heeft zich beperkt tot de vraag of eiseres recht heeft op schadevergoeding, nu de bewaring was opgeheven.
De rechtbank overweegt dat de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring onrechtmatig was, omdat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld in de uitzetting van eiseres. Eiseres beschikte over een geldige identiteitskaart en de eerste uitzettingshandeling vond pas op 5 januari 2026 plaats, negen dagen na de oplegging van de maatregel. De rechtbank oordeelt dat de navraag bij de Afdeling Boekingen op 29 december 2025 niet kan worden aangemerkt als een daadwerkelijke uitzettingshandeling. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring vanaf het moment van opleggen onrechtmatig was en kent eiseres een schadevergoeding toe van € 1.700,- voor de onrechtmatige detentie van 17 dagen. Daarnaast worden de proceskosten van eiseres, ter hoogte van € 1.868,-, vergoed door de Staat der Nederlanden.