Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.B.C.M. Burger, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres werd op 28 december 2025 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring. Verweerder hief de bewaring op op 13 januari 2026.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was. Eiseres stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting, ondanks haar geldige Roemeense identiteitskaart. Verweerder stelde dat er wel voortvarend was gehandeld, met navraag over het vliegveld en het voeren van vertrekgesprekken.
De rechtbank oordeelde dat de navraag over het vliegveld geen daadwerkelijke uitzettingshandeling was en dat de eerste daadwerkelijke uitzettingshandeling pas op de negende dag van de bewaring plaatsvond, wat onvoldoende voortvarend was. Er waren geen concrete beletselen voor eerder handelen en eiseres had niet geweigerd mee te werken. De bewaring was daarom onrechtmatig.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €1.700,- voor 17 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten van €1.868,-. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De bewaring was onrechtmatig wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting en eiseres krijgt een schadevergoeding van €1.700,- toegekend.