ECLI:NL:RBDHA:2026:983

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
11764360
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230g lid 1 sub e BWArt. 6:230m lid 1 sub h BWArt. 6:230o BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst consumentenauto na koop op afstand via Facebook

De zaak betreft een consumentenkoop van een Kia Rio via een Facebookadvertentie, waarbij de koper de auto op afstand heeft gekocht en binnen de wettelijke termijn de overeenkomst heeft ontbonden. De koper stelde dat de auto gebreken vertoonde en dat de verkoper niet had voldaan aan de informatieplicht over het ontbindingsrecht.

De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een consumentenkoop en een koop op afstand, omdat de overeenkomst via een georganiseerd systeem (Facebook) tot stand kwam zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid. De koper had tijdig en ondubbelzinnig de overeenkomst ontbonden binnen de wettelijke termijn van twaalf maanden, omdat de verkoper niet had voldaan aan de informatieplicht.

De ontbinding leidde tot ongedaanmakingsverbintenissen. De verkoper werd veroordeeld tot terugbetaling van het aankoopbedrag, vergoeding van schadeposten zoals de kosten van een nieuwe accu, verzekeringskosten en motorrijtuigenbelasting, en de overschrijvingskosten. De onderzoekskosten van een later uitgevoerd motoronderzoek werden afgewezen. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen aan de koper.

Uitkomst: De koopovereenkomst is ontbonden en de verkoper is veroordeeld tot terugbetaling, schadevergoeding en kosten.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
LA/c
Zaaknummer: 11764360 \ RL EXPL 25-11598
Vonnis van 27 januari 2026
in de zaak van
[eisende partij],
te Zoetermeer,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. N.S. van der Werf,
tegen
[gedaagde partij] , HANDELEND ONDER DE NAAM [handelsnaam],
te Terneuzen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
gemachtigde: mr. R.S. Vriend.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 juni 2025 met producties 1 tot en met 18;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3;
- de akte wijziging c.q. vermeerdering van eis tevens indienen van aanvullende producties 19 tot en met 28 van [eisende partij] ;
- het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling van 5 december 2025, waarbij [eisende partij] is verschenen, bijgestaan door mr. N.S. van der Werf. [gedaagde partij] is verschenen, bijgestaan door mr. R.S. Vriend.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisende partij] is een natuurlijk persoon.
2.2.
[gedaagde partij] is een natuurlijk persoon en eigenaar van de eenmanszaak [handelsnaam] . [handelsnaam] houdt zich bezig met handel in en reparatie van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s. [handelsnaam] adverteert op Facebook.
2.3.
Op 13 februari 2025 staat een advertentie op het Facebookaccount van [handelsnaam] , waarin een Kia Rio wordt aangeboden voor een bedrag van € 4.000,=. In de beschrijving staat dat de auto rijdt en zeer goed schakelt. [eisende partij] heeft op deze advertentie gereageerd.
2.4.
[eisende partij] stuurt op 13 februari 2025 een Whatsappbericht naar [gedaagde partij] . Partijen bespreken onder meer het volgende:
‘‘(…)
[eisende partij] 14:49: Heb de auto niet gereden niet gezien maar vertrouw op u woord.
Wat was de bedrag?
[gedaagde partij] 14:49: Ik zorg dat de auto netjes bij u staat morgen.
[eisende partij] 14:49: Wat ik moest aanbetalen. Zullen 500 doen haha
[gedaagde partij] 14:50: €3500 totaal, aanbetaling 20% € 700
[eisende partij] 14:50: Oké
(…)
[gedaagde partij] 15:58: Staat als in behandeling, dit betekend dat hij gereserveerd (verkocht) is aan u
(…)’’
2.5.
[eisende partij] heeft op 13 februari de aanbetaling van € 700,= overgemaakt. Op 14 februari 2025 heeft [eisende partij] aan [gedaagde partij] een bedrag van € 2.500,= betaald.
2.6.
[gedaagde partij] levert de auto op 14 februari 2025 voor het huis van [eisende partij] af. Omdat de accu kapot blijkt te zijn wordt deze bij een garage vervangen. [eisende partij] betaalt € 200,= voor de nieuwe accu.
2.7.
Vervolgens rijden partijen naar een kentekenloket. Daar wordt de auto op de naam van [eisende partij] gezet.
2.8.
Op 15 februari 2025 bericht [eisende partij] aan [gedaagde partij] dat de auto gebreken vertoont en geeft zij aan dat zij de overeenkomst ontbindt. Dit herhaalt zij op 16 februari 2025 en 24 februari 2025.
2.9.
Op 20 oktober 2025 heeft [eisende partij] de auto laten onderzoeken bij KIA-dealer Zeeuw & Zeeuw. De factuur vermeldt voor zover van belang het volgende:
‘‘(…)
ratelend geluid hoorbaar uit de motor, word harder bij meer gas
Ketting verrekt, kantelende zuigers motor heeft carterdruk probleem, en moet compleet vervangen worden
DIAGNOSE
kosten reparatie
de kosten van het vervangen van een motor ligt tussen de € 4000.00 en € 6000.00 euro afhankelijk van de prijs van de revisiemotor die wij aangeboden krijgen
(…)’’

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert in deze procedure, na vermeerdering van eis, om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden dan wel de koopovereenkomst bij vonnis te vernietigen, de veroordeling van [gedaagde partij] tot:
terugbetaling van het aankoopbedrag ter hoogte van € 3.200,=, vermeerderd met de wettelijke rente per 29 maart 2025;
het verlenen van medewerking aan het kosteloos ongedaan maken van de levering van de auto waaronder het op eigen naam stellen van de auto, op straffe van een dwangsom van € 2.000,= per dag dat [gedaagde partij] in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,=;
betaling van de overschrijvingskosten van de auto;
betaling van de schade ter hoogte van € 1.806,73, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2025, althans vanaf de datum van de dagvaarding;
betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 617,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding;
betaling van de kosten in dit geding, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
[eisende partij] legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Tussen partijen is sprake van een consumentenkoop. [eisende partij] koopt de auto via het Facebookaccount van [handelsnaam] , waardoor er sprake is van een koop op afstand. Dit betekent dat [eisende partij] bevoegd is om de koopovereenkomst met [gedaagde partij] binnen veertien dagen na de koop te ontbinden. De berichten van 15 februari 2025, 16 februari 2025 en 24 februari 2025 dienen als een ondubbelzinnige verklaring te worden gekwalificeerd waarbij [eisende partij] de ontbinding van de koopovereenkomst tijdig heeft ingeroepen. De koopovereenkomst tussen partijen is daarmee ontbonden als gevolg waarvan [gedaagde partij] gehouden is om de aankoopsom van de auto terug te betalen en de schade die het gevolg is van deze ontbinding te vergoeden aan [eisende partij] . De schade bedraagt € 1.896,73, te weten het vervangen van de accu ad € 200,=, de verzekeringskosten vanaf februari 2025 tot en met januari 2026 ad € 1.017,12, de overschrijvingskosten aan de RDW ad € 13,=, de belastingkosten in verband met de motorrijtuigenbelasting ad € 500,=, de factuur van de onderzoekskosten Zeeuw & Zeeuw ad € 76,61.
3.3.
[gedaagde partij] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisende partij] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde partij] betwist dat er sprake is van een koop op afstand. Ook betwist [gedaagde partij] dat de auto non-conform is. Zelfs indien er sprake zou zijn van non-conformiteit, dan is [eisende partij] niet gerechtigd de overeenkomst te ontbinden dan wel te vernietigen op grond van dwaling. Zij heeft nagelaten om [gedaagde partij] in de gelegenheid te stellen om de door haar gestelde gebreken te herstellen. [gedaagde partij] betwist dan ook dat hij in verzuim is. Bovendien had het op de weg van [eisende partij] gelegen om onderzoek te doen naar de auto alvorens zij deze zou kopen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Bij de beoordeling van het geschil dient de vraag te worden beantwoord of tussen partijen sprake is van een consumentenkoop met betrekking tot de Kia Rio. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of er sprake is van een koop op afstand. Deze vragen zijn relevant, omdat de gevorderde buitengerechtelijke ontbinding, zonder herstel mogelijkheid van de gestelde gebreken, alleen kan worden ingeroepen als er sprake is van een koop op afstand.
Het consumentenrecht is van toepassing
4.2.
[eisende partij] is de overeenkomst aangegaan als natuurlijk persoon niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf. [gedaagde partij] handelde in de uitoefening van zijn eenmanszaak [handelsnaam] en is dus aan te merken als handelaar. Om die reden is er sprake van een consumentenkoop.
[eisende partij] en [gedaagde partij] hebben een koopovereenkomst op afstand gesloten
4.3.
Artikel 6:230g lid 1 sub e van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) definieert een overeenkomst op afstand als een overeenkomst die tussen de handelaar en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van handelaar en consument. Voorts wordt tot en met het moment van het sluiten van de overeenkomst uitsluitend gebruik gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand.
4.4
Vastgesteld moet worden wanneer en waar de koopovereenkomst tot stand is gekomen. Daarvoor moet gekeken worden naar de definitie van een georganiseerd systeem. Uit de bewoordingen georganiseerd en systeem volgt dat sprake moet zijn van een stelstelmatige en niet van een min of meer toevallige gebruikmaking van één of meer middelen voor communicatie op afstand met het oog op het tot stand brengen van overeenkomsten op afstand. [1] Ook systemen die door anderen dan de handelaar worden aangeboden, zoals een online-platform dat de handelaar gebruikt, vallen onder een georganiseerd systeem. Een georganiseerd systeem is echter geen website die alleen informatie over de zaken of de diensten van de handelaar bevat. [2]
4.5.
[gedaagde partij] betwist dat partijen gebruik hebben gemaakt van een georganiseerd systeem om de overeenkomst tussen partijen tot stand te brengen en verwijst naar de uitspraken van de Rechtbank Rotterdam van 13 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:7202, r.o. 2.6 en r.o. 2.7 en van 17 oktober 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10219, r.o. 5.12. De kantonrechter stelt vast dat deze uitspraken niet overeenkomen met het onderhavige geval. In de eerste uitspraak is er geoordeeld dat er geen gebruik is gemaakt van een georganiseerd systeem, omdat de koper op de website van de verkoper alleen geïnformeerd is over de eigenschappen en staat van de auto. Koper heeft op de website van de verkoper geen verkoopproces doorlopen. In de tweede uitspraak is er eveneens geoordeeld dat er geen gebruik is gemaakt van een georganiseerd systeem, omdat er gedurende de telefoongesprekken tussen partijen geen prijs is genoemd maar pas tijdens het bezoek aan de garage.
4.6.
In dit geval is de kantonrechter van oordeel dat er gebruik is gemaakt van een georganiseerd systeem voor de totstandkoming van de overeenkomst tussen partijen. [eisende partij] heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde partij] voor zijn eenmanszaak [handelsnaam] de auto’s op Facebook aanbiedt. Facebook is een online platform en een online platform valt onder een georganiseerd systeem. Daarnaast is totdat de auto op 14 februari 2025 is geleverd uitsluitend contact geweest via Facebook, Whatsapp en telefoongesprekken. Voorts is gebleken dat de koopovereenkomst op 13 februari 2025 al tot stand is gekomen.
Een koopovereenkomst komt immers tot stand door aanbod en aanvaarding, waarbij de een (de verkoper) zich verbindt een zaak te geven en de ander (de koper) om daarvoor een prijs in geld te betalen. De gesprekken op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van [gedaagde partij] en [eisende partij] , hebben op 13 februari 2025 geleid tot de afspraak dat [eisende partij] de Kia Rio voor een bedrag van € 3.500,=, zou kopen en dat zij een aanbetaling heeft gedaan van € 700,=. [gedaagde partij] heeft zich daarbij verbonden de auto de volgende dag te leveren. Anders dan [gedaagde partij] heeft gesteld is onvoldoende gebleken dat de koopprijs niet vaststond. Temeer nu in zijn eigen bericht staat dat de auto ‘
gereserveerd (verkocht) is aan u’. Het feit dat [eisende partij] € 3.200,= heeft betaald in plaats van € 3.500,= is gelegen in het feit dat er een nieuw accu geplaatst moest worden waarvan onweersproken is gesteld dat [gedaagde partij] de kosten zou dragen. Daaruit kan worden afgeleid dat op 13 februari 2025 een definitieve koopovereenkomst is ontstaan en dat er alleen een korting heeft plaatsgevonden, maar dat maakt niet dat het geen definitieve koopovereenkomst was. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [eisende partij] voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit blijkt dat alle relevante contractshandelingen tot en met het sluiten van de overeenkomst via internet of telefoon – en dus op afstand – hebben plaatsgevonden, waardoor er sprake is van een overeenkomst op afstand in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub e BW.
De koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden
4.7.
De kantonrechter dient waar nodig ambtshalve te toetsen of sprake is van schending van de uit de wettelijke bepalingen voor een overeenkomst op afstand voortvloeiende consumentenbescherming.
4.8.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 sub h BW moet de handelaar, voordat de koop op afstand wordt gesloten, de consument op de hoogte stellen van het ontbindingsrecht zoals bedoeld in artikel 6:230o BW, en het modelformulier voor ontbinding zoals opgenomen in bijlage I, deel B, van de Richtlijn consumentenrechten (Richtlijn 2011/83/EU). Doet hij dat niet, dan kan de consument op grond van artikel 6:230o lid 1 en 2 BW de overeenkomst op afstand zonder opgave van redenen ontbinden gedurende (in dit geval) ten hoogste twaalf maanden na de dag waarop de consument de zaak heeft ontvangen. Een van de achterliggende gedachten van deze ontbindingsbevoegdheid is dat bij op afstand gesloten koopovereenkomsten de consument niet in de gelegenheid is om de gekochte zaak vooraf te inspecteren. Tijdens de ontbindingstermijn kan de consument de gekochte zaak inspecteren.
4.9.
Uit de stukken is niet gebleken dat [eisende partij] door [gedaagde partij] op de hoogte is gesteld van het hiervoor bedoelde ontbindingsrecht. Om die reden kan [eisende partij] de koopovereenkomst met [gedaagde partij] – zonder opgave van redenen – ontbinden binnen twaalf maanden na 14 februari 2025.
4.10.
Partijen verschillen nog van mening over hoe de proefrit is verlopen en of de proefrit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden maar dat is niet (meer) relevant nu [eisende partij] een ontbindingsrecht heeft. Niet in geschil is dat [eisende partij] tijdig een beroep heeft gedaan op het ontbindingsrecht. Dit betekent dat de koopovereenkomst is ontbonden. De kantonrechter zal dan ook de gevorderde verklaring voor recht toewijzen dat de koopovereenkomst tussen partijen door [eisende partij] is ontbonden.
Ontbinding leidt tot ongedaanmakingsverbintenissen
4.11.
De ontbinding van de overeenkomst heeft tot gevolg dat verbintenissen tot ongedaanmaking van de reeds geleverde prestaties ontstaan. [eisende partij] heeft van haar kant voldaan aan de verplichting tot ongedaanmaking aangezien een deel van de vordering ziet op het teruggeven van de auto. [gedaagde partij] voldoet thans niet aan zijn verplichting tot ongedaanmaking, namelijk het terugbetalen van de betaalde koopprijs. De vordering tot terugbetaling van € 3.200,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2025 zal de kantonrechter dan ook toewijzen. Evenals de vordering tot het kosteloos ongedaan maken van de levering door middel van het terug leveren van de auto aan [gedaagde partij] met dien verstande dat de dwangsom zal worden gematigd als hierna vermeld.
4.12.
Nu het beroep op ontbinding op grond van het voorgaande opgaat, behoeven de verdere stellingen en verweren geen bespreking.
Schadeposten zijn deels toewijsbaar
4.13.
De kantonrechter komt toe aan de beoordeling van de gevorderde schadevergoeding. De schade ziet deels op ongerechtvaardigde verrijking en deels op bijkomende kosten die [eisende partij] naast de aankoopsom van de auto heeft gemaakt.
Vervanging van de accu
4.14.
[eisende partij] heeft met betrekking tot de vervangingskosten van de accu een beroep gedaan op ongerechtvaardigde verrijking. Zoals onder r.o. 4.6 is overwogen zou [gedaagde partij] de kosten van een nieuwe accu op zich nemen maar dat is echter niet gebeurd. [eisende partij] heeft de nieuwe accu betaald. Nu de auto teruggaat naar [gedaagde partij] wordt [gedaagde partij] verrijkt door een nieuwe accu hetgeen als ongerechtvaardigd wordt bestempeld, zodat hij gehouden is om de kosten van de accu te vergoeden, te weten een bedrag van € 200,=.
De overschrijvingskosten van 13 februari 2025
4.15.
[eisende partij] heeft onweersproken gesteld dat zij op 13 februari 2025 de overschrijvingskosten van de auto heeft betaald. Nu sprake is van ontbinding van de overeenkomst leidt dit ertoe dat [gedaagde partij] de overschrijvingskosten van € 13,= aan [eisende partij] moet vergoeden.
Verzekeringskosten en motorrijtuigenbelasting
4.16.
[eisende partij] doet terecht een beroep op de bijkomende kosten met betrekking tot de verzekeringskosten en motorrijtuigenbelasting. Vast staat immers dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden. Maar aangezien [gedaagde partij] niet tijdig tot inname van de auto is overgegaan, heeft [eisende partij] nog een aantal maanden de verschuldigde verzekeringskosten en motorrijtuigenbelasting betaald. Om die reden zal de gevorderde betaling van (€ 1.017,12 + € 500,= ) € 1.517,12 worden toegewezen.
Onderzoekskosten Zeeuw & Zeeuw Kia
4.17.
[eisende partij] heeft op 20 oktober 2025 de auto laten onderzoeken door de KIA-dealer Zeeuw & Zeeuw vanwege de door haar gestelde non-conformiteit. [gedaagde partij] betwist de gevorderde kosten aangezien het onderzoek pas 8 maanden na levering heeft plaatsgevonden. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde partij] dit deel van de vordering voldoende gemotiveerd heeft betwist. Bovendien overweegt de kantonrechter dat er onderzoek is gedaan naar de non-conformiteit, terwijl vast staat dat [eisende partij] de overeenkomst tussen partijen al in het voorjaar van 2025 rechtsgeldig heeft ontbonden. De kantonrechter ziet dan ook geen belang bij dit onderzoek. De kantonrechter zal dan ook de onderzoekskosten van € 76,61 afwijzen.
Tussenconclusie
4.18.
Met betrekking tot de schadeposten zal [gedaagde partij] aan [eisende partij] een bedrag van in totaal € 1.730,12 moeten betalen.
De buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar
4.19.
[eisende partij] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt verder vast dat [eisende partij] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van € 617,20 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. De rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
Proceskosten
4.20.
[gedaagde partij] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eisende partij] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde partij] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
Totaal
903,00
4.21.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen ten aanzien van de auto van het merk Kia, model Rio, met kenteken [kenteken] , door [eisende partij] buitengerechtelijk is ontbonden,
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] van € 3.200,= binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met wettelijke rente per 29 maart 2025 tot de dag der algehele voldoening,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen tot het kosteloos ongedaan maken van de levering van de auto van het merk Kia, model Rio, met kenteken [kenteken] , door middel van het terug leveren van voornoemde auto aan [gedaagde partij] , waaronder doch niet beperkt tot het op eigen naam stellen van de auto op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,= voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,= is bereikt,
5.4.
bepaalt dat [gedaagde partij] de kosten van de overschrijving van de auto van het merk Kia, model Rio, met kenteken [kenteken] bij de RDW dient te voldoen en dat [gedaagde partij] [eisende partij] vrijwaart ten aanzien van voornoemde auto,
5.5.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de schade aan [eisende partij] ter hoogte van
€ 1.730,12 binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2025 tot de dag der algehele voldoening,
5.6.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 617,20, te vermeerderen met de wettelijke rente per 4 juni 2025 tot de dag der algehele voldoening,
5.7.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 903,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.8.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.F.H. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.

Voetnoten

1.vgl. Kamerstukken II 1999/2000, 26 861, nr. 3, p. 13
2.overweging 20 Richtlijn 2011/83/EU; MvT, Kamerstukken II 2012/13, 33520, 3, p. 17